Zeeland; pas ontdekt na deze dag 🙂

Vanaf Zierikzee een rondje op de fiets, +/- 18 km, waarvan 50% fietspad en langs de Oosterschelde.

Niet vergeten:

  • drinken & eten (lunch en iets lekkers);
  • badhanddoeken;
  • waterschoentjes voor de kinderen;
  • uitschuifbare schepnetjes (optioneel).

Op het eiland Schouwen-Duiveland is er een pareltje niet ontdekt, wat speciaal voor jonge gezinnen open gaat… Het kreekgebied van Ouwerkerk.

Wij waren met de tent, mijn vrouw Roos, mijn twee kinderen, Siep van 6 jaar en Sam van 4,5 jaar en ik, Mike.

Natuurlijk veeeel te laat met het vinden van een plekje op een camping, dus dan maar op een eenvoudige mini-camping ergens bij de zee. We moesten die stad uit, even helemaal weg! Het weer was niet echt zomers, maar we bedachten ons dat als de kinderen eenmaal zand en water hebben dat ze het al snel leuk vinden en wij kunnen ons met een boekje, of telefoon ook prima amuseren. Kinderen blij = wij blij! 🙂

Gelukkig na wat ouderwets rond bellen vonden we een plekje in de buurt van Zierikzee. Zierikzee.. Je leert op de lagere school waar dat is, maar om er nu vakantie te vieren?? Oké, oud stadje dus vast leuk om er een bezoekje aan te wagen. Eenmaal aangekomen bleken wij het enige jonge gezin te zijn met een tent die tussen een hoop gepensioneerde caravan bewoners stond te stuntelen met haringen en stokken. De kinderen maakten al snel kennis met de overburen die het maar al te gezellig vonden dat hun hondje nieuwe speelkameraadjes had.

Zierikzee was leuk; een prachtig monumenten stadje! Het grote strand aan de andere kant van het eiland ook, maar wat druk zeg! Constant ogen te weinig om de kids in de gaten te houden. Daarbij werd het ook nog eens hoog water, dus een kleiner strandje met net zoveel mensen.. Zandvoort was er rustig bij.

Beetje mopperend begon ik aan de 4e dag. Ik kon mij Zeeland als jong ventje heel anders herinneren.. Lag dat nu aan mij? Wind, fietspaden in de zon, vrije stranden, af en toe een groetende voorbijganger.. Romantiseerde ik nu mijn herinneringen?

De overbuurman maakte nog een grapje over mijn gemopper: “is je koffie op?” zei hij lachend.. “Gelukkig niet” zei ik, “anders moeten wij weer naar de drukte, grrr”.

We raakten aan de praat en hij vertelde mij over een fietspad dat dwars door de polder naar een gebied gaat wat na de watersnoodramp is bestempeld als recreatiegebied. Ik wilde er niet aan denken om met twee kinderen uren op de fiets te zitten, dus was al bezig met andere dingen in mijn hoofd, maar toen hij zei dat het vlakbij was werd ik nieuwsgierig.

“Gewoon gaan fietsen, door het uitzicht vergeet je alles, ga nu maar!”. Zo werden we op pad gestuurd met instructies zoals boterhammen, waterschoentjes en schepnetjes mee.. “Maar we fietsen toch niet helemaal naar het strand?”, vroeg ik, “ik zit niet te wachten op zeurende kinderen op de fiets..”. “Nee, zo ver is het niet, echt, ga nu maar, veel plezier!”.

Met de fietstassen vol, kregen Roos en ik er toch ook er wel zin in. In het ergste geval eindigden we bij een vieze kreek met blubber .. Omdat geen van beide kinderen ergens vies van was zou ook dat wel goed komen én: we waren buiten! De zon scheen af en toe en het was best lekker ook al was het maar net 20 graden.

De weg leek alleen maar door de polder te gaan. Uitgestrekt land met hier en daar een verzorgde boerderij, soms met een paardenrijbak. Met Sam geraden welke gewassen er groeiden.. We zijn zelfs afgestapt om het van dichterbij te bekijken: nooit geweten dat boerenkool al zo vroeg in het jaar groeit en dat er zoveel vlinders op af komen. Echt schitterend! Op de achtergrond een kronkelende dijk, Nederlands kan niet. 🙂

Eenmaal over de dijk zagen we een uitgestrekte groene muur in de verte. Het bleek een hele hoop bomen! Het zag er een beetje gek uit. Alsof we ineens in een ander land zouden komen bij het betreden van het groen.. De weg kronkelde er langs en eenmaal in de buurt van die groene hoge bomen, leek het ook echt een hele andere wereld!

Toen we in de polder fietsten hadden we een stevige bries. We moesten harder praten en de zon had goed zijn grip op onze armen en nek. Maar hier ging de wind liggen en voelden we de koelte uit het gebladerde gebied over de weg heen. Maar wat ons nog het meest is opgevallen; de vogels!

Het leek wel een orkest!!! Veel verschillende vogels die druk in de weer waren om alle andere vogels te laten weten dat zij er ook waren. Het was eind van de ochtend en ik nam mij voor om snel een keertje net voor schemer met Roos terug te gaan. Dan zou het gefluit vast nog mooier zijn. De overburen wilden vast wel een keertje oppassen. 🙂

Weggezonken in gedachten, tijdens deze voor mijzelf goede oplossing voor de nogal mopperende ochtend, riep mijn Sam “stop met fietsen”!!! Met hart in de keel en angst dat er minimaal één teen tussen de spaken zou zijn gekomen keken we elkaar aan..

“Herten”!!! Herten?! Echt? Ja hoor; drie herten keken naar ons vanaf de rand van het bosrijke gebied. Dit gebied, met aan de ene kant een weg met boerderij, dan een sloot, een grasrandje en dan ineens een muur van zeker vijf meter hoge bomen, is voor de herten blijkbaar veilig genoeg om vanaf een paar meter van ons vandaan naar ons te staan kijken. Na een tijdje schoten ze het dichtbegroeide gebied in en fietsten wij verder de hoek om, om heel snel een pittoresk dorpje te zien: Dat moet het dorpje Ouwerkerk zijn.

We waren nog geen 45 minuten onderweg, maar uiteraard hadden zowel Siep als Sam na het zien van de hertjes genoeg van het zitten en hadden ze ondertussen al drie keer gevraagd of we er al waren. Zelf wist ik ook niet goed waar we naartoe zouden gaan en ondanks dat ik een aantal pogingen had gedaan het gezeur te tackelen (“vonden jullie die gewassen, vlinders en herten niet mooi?”), lukte dit na twee keer niet meer. Ik wist dat ik het niet voor een derde keer moest gaan proberen, want anders zou het gejammer overgaan naar iemand anders; mijn Roos.

“Je fietst naar Ouwerkerk en daar ga je rechtsaf” was de enige aanwijzing die in mijn hoofd opkwam. Ik besloot na de derde keer “zijn we er bijna” iedereen bij de route te betrekken.

“Ik zie een kerkje, laten we daar naartoe gaan. Wie weet is er een bankje en een parkje waar we even kunnen rusten.”.

Het kerkje stond in een typisch Zeeuwse dorpskern (kerk, met daar omheen een cirkel van oude woningen). De woningen waren prachtig. Veel trapgeveltjes en er was zelfs een café met terras! En nog beter: een speeltuintje!

Roos en ik snelden naar het terras met de geur van thee en koffie in ons hoofd, terwijl de kinderen naar het speeltoestel renden. Het was nog net geen lunchtijd, maar met kinderen kun je er maar beter voor zorgen dat je onder lunchtijd ergens bent. Die hebben ineens berenhonger, wat het “zijn we er bijna” orkest zou vermenigvuldigen.

Met de prachtige indrukken van dit rustige dorp en, voor even, uitgespeelde kinderen stapten we weer op de fiets om rechts aan te houden. Zo snel als je het dorp in was, zo snel was je er ook weer uit! De wereld veranderde ineens van huizen naar die wereld met hoge bomen en fluitende vogels. Het bosrijke gebied werd hier en daar onderbroken door watertjes en ingangen van ogenschijnlijke wandelpaden.

“Ah, ik zie dat jullie het gevonden hebben!“ klonk er opeens. Het was de overbuurman die met zijn hond uit het gebied kwam en met een blij maar rood aangelopen gezicht zichtbaar een flinke wandeling achter de rug had. “Ja, het dorp Ouwerkerk is prachtig”, zei Roos. “En wat een vogels, schitterend”. “Gewoon nog even doorfietsen, jullie zijn er bijna” was zijn antwoord en wuifde ons verder.

De weg ging omhoog, het gefluit ging over naar een briesje en al snel kon ik een heldere lucht aan de horizon zien. Ook een betonnen gebouw, wat een gemaal bleek te zijn. Zou dit het zijn? Beetje raar om een gezin naartoe te sturen, toch? “Ik heb honger!”. Daar begon Sam en dat betekende dat we snel ergens onze meegenomen boterhammen moesten opeten..

Eenmaal op de dijk zagen we het: wat een uitzicht! Voor ons de Oosterschelde met in de verte Tholen en heel veel boten! Grote vrachtschepen, lage binnenschepen, mooie jachten en ouderwetse zeilbootjes.
“Ik heb honger!”. Daar begon nu ook Siep. Ik wist dat het een ‘rondje fietsen’ zou zijn en dus zouden wij dit fietspad rechts langs het water moeten volgen om op de terugweg te zijn. Starend op zoek naar een bankje of verloren picknicktafel viel mijn oog op iets wat half op de dijk en half in het water stond. Het leek in de verte op een paar tafels…

Laten we daar gaan eten. Instemmend fietsten we verder. Maar het bleken geen tafels maar bakken met water? Huh, wat is dat nou? We stapten van de fiets en liepen de trap af. Ondertussen had Roos de kinderen een boterham gegeven en zag zij als eerste wat het was. “Kijk” zei ze, “het zijn wier bakken!”. Wier bakken?! Daar had ik nou nog nooit van gehoord.. De vier grote wierbakken bleken vol met allerlei kleuren wier en schelpdieren te zitten. Aha! De schepnetjes. Nu weet ik waarvoor ze zijn! Ik snelde de trap op en toen pas zag ik het enorme bord met informatie. Stom zeg, dat ik dat over het hoofd had gezien. Kreekbakken dus. Deze bakken zijn bij hoog water onder water en bevatten met laag water alle water- en schelpdieren die in de Oosterschelde leven. Als het straks hoog water wordt kunnen ze weer vrij weg zwemmen maar voor nu zitten ze in een bak om voor ons, niet-duikers, een kijkje te geven in dit rijke natuurgebied.

Siep en Sam (en wij ook) waren verrast door het mooie verschil in wieren, mosselen, garnalen en kleine krabbetjes. De schepnetjes hadden snel een garnaal gevangen.. “KIJK!” zei Sam. “Wat is dat?”. Verscholen onder een steen kon ik mijn ogen niet geloven. Was dat een steen die op en neer ging? Een mossel misschien? Nee, een enorme krab!

Roos schrok van de grootte en deed snel een pas naar achteren. Verscholen onder een platte steen had zich een krab van zeker een hand groot zichzelf verstopt. Een beetje schuldig voelend omdat ik mijn kinderen liet scheppen in de buurt van deze onschuldige krab, hadden we besloten om de krab op een afstandje te observeren door rustig onze boterham op te eten met als live ‘slow tv’ te zien of hij eronder vandaan wilde komen. Terwijl Roos en ik onze boterhammen op aten hadden de kinderen (boterhammen in de buik) de drie andere bakken ontdekt en waren ze druk met hun schepnet in de weer. Nee, de krab voelde zich prima onder de steen en na onze lunch was het tijd om de dijk verder af te fietsen.

Langs het water, de wind van opzij, werden we fijn rozig van de net verorberde boterhammen. Heerlijk, even niets, geen gezeur, geen gepieker, gewoon lekker fietsen met bootjes en af en toe een voorbijgaande fietser.. Ja, zo herinnerde ik het mij, Zeeland! Met dit vrolijke gevoel wilde ik wel een hele middag door fietsen. Maar Roos zag een gebouw aan de rechterkant wat leek op een enorme bunker.. “Hier zijn toch geen bunkers?” Vroeg ze. “Oja”, zei ik, “nu weet ik het weer; het Watersnoodmuseum!”.

Het Watersnoodmuseum? Roos keek mij vragend aan. Snel vertelde ik dat het geen bunkers zijn maar caissons die gebruikt werden om de dijken te dichten. Het was op een steenworp afstand van het fietspad en wij volwassenen wilden ook iets anders dan wat de kinderen wilden, dus besloten we hun opmerkingen in de wind te slaan en een kijkje te nemen bij dit bijzondere gebouw.

Jeetje, hele bussen stonden er.. Een groep Japanners liep net de bus uit richting museum, terwijl een groep kletsende senioren langszij kwamen. Pratend over de ervaringen die ze net opgedaan hadden. Nooit geweten dat op een steenworp afstand een van de beste Europese museums zit. Roos en ik waren het erover eens; hier gaan wij zeker deze week nog eens samen zonder de kinderen naartoe! De caisson van dit museum ligt tegen de dijk en dat moet ongelofelijk veel werk zijn geweest om deze gigantische dingen te verplaatsen. Als trotse Nederlander zag ik ook het uitgestrekte gebied wat aan de andere kant van de weg lag. “Kijk”, zei Roos wijzend naar het eind van de weg, “daar hebben we gefietst!”. En inderdaad, waar we net rechtdoor naar het gemaal fietsten, konden we ook rechts via de ‘weg van de buitenlandse pers’ naar dit museum. Het trok vast veel bekijks, het Watersnoodmuseum, als je de weg er naartoe zo noemt!

Weer terug op de dijk vervolgden we onze weg langs het water, die rechts de hoek om ging.

Hè, duinen? We zitten toch niet aan de Noordzee? We waren net de hoek om en we fietsten plots door een smalle duinstrook. Het fietspad ging er vlak langs. Links de duinen en rechts de dijk met wat mensen zittend op hun klapstoeltje zichtbaar genietend van het uitzicht.

“Strand!!!” riep Sam. Een heus strandje lag in het verlengde van de smalle duinstrook, ingeklemd tussen een dijk die een eind de Oosterschelde in liep en de dijk waarop wij fietsten.

Wauw, wat heerlijk! Hier en daar een gezin, een wandelaar met hond en flink wat spelende kinderen in het water.

“Pas op oesterschelpen”, Roos las hardop de tekst voor van een bord wat naast de ingang van het strandje stond. Aha! De waterschoentjes! Alles namen we mee naar een rustig plekje op het strand. Het uitzicht was nu nog mooier met alle bootjes en met op de achtergrond de Zeelandbrug. Het water bleek heel lang nog ondiep en Sam en Siep speelden met zand, keien en hadden enorme lol door elkaar met wier en blubber te bekogelen. Nou ja, dat wassen we er straks wel weer vanaf. 🙂 Het water was opkomend en kleine baby-badjes ontstonden om ons heen.

Blijkbaar viel er wat te zien aan het einde van de dijk die in de Oosterschelde lag. Bijna iedereen liep er naartoe, waaronder ook een hoop aangeklede duikers. Samen zagen we daar dat het water aan de ene kant, de inham, lang ondiep bleef en aan de andere kant blijkbaar erg diep was gezien de duikers met de zware duikflessen. Ik werd onverwachts verrast door een nóg mooier uitzicht dan eerder! Echt.. Dit keer konden we helemaal links de boten volgen die richting het binnenland voeren en rechts de plezierbootjes en kleinere vissersboten die waarschijnlijk ergens uit een van de vele oude Zeeuwse haventjes voeren.

“Jemig, is het al half vier?!” Net was het nog half twee! Niet dat we nu met de bus moesten maar het ‘avondeten-klokje’ van de kinderen zal om vijf uur weer gaan rinkelen en ze hebben al genoeg komkommer en chips op, dus tijd om te gaan! Geen idee ook hoe lang we nog moeten fietsen. Het fietspad liep wel lekker strak langs het water, de wind in de rug, zonnetje scheen schuin op onze ‘frisse’ gezichten. Nog geen vijf minuten later viel Siep in slaap. Laat maar lekker, het was ook zo heerlijk ontspannen en vrij daar op het strandje, dat maakt hij ook niet vaak mee dat hij zoveel ruimte krijgt.

De weg ging verder langs het water en langs nog meer ‘rust gebieden’ voor vogels en andere dieren die in en rondom het water leven. “Fijn dat ook daar naar om wordt gekeken”, zei Roos. Het gebied werd zichtbaar met rust gelaten gezien de natuurlijke water geultjes die als kronkels door het laag groeiende groen heen liepen. De dijk stopte en we hoorden langzaam de wereld van vrachtwagen- en autogeluiden op ons afkomen.

Siep werd wakker en gierde van het lachen uit toen we van de dijk af fietsten; “Racebaan!” schreeuwde hij en ineens was de energie weer helemaal terug. Gelukkig, ik zag de mini-camping al liggen!

Toen we tegen half vijf voldaan de fiets naast onze tent hadden neergezet was daar de overbuurman. ”Jullie willen vast eerst een kopje koffie en de kinderen vast een raket ijsje”. En terwijl wij genoten van de koffie en de kinderen na hun ijsje met de hond speelden waren we het unaniem met elkaar eens: Wat was dit een leuke dag!

Het beeld dat ik had van Zeeland is weer helemaal zoals ik het mij herinnerde en ik ben blij dat Siep en Sam dit ook een beetje hebben meegekregen. Toen de kinderen op bed lagen zijn Roos en ik nog even naar het kreekgebied terug gegaan. Hier hebben we nog even genoten van alle vogelgeluiden voordat de zon onder ging en wij afscheid moesten nemen van deze dag en ook van onze laatste dag in Zeeland.

Het feit dat onze duikclub al meer dan 50 jaar de tand des tijds heeft overleefd wil toch wel wat zeggen. Wij proberen al zovele jaren de mensen te enthousiasmeren om eens een duikje onder water te nemen. De meesten onder ons kennen de verhalen en onderzoeken van Cousteau. Kapitein Jacques Cousteau is samen met Emile Gagnan uitvinder van de “Aqualung” en was jaren bezig met het in kaart zetten van mooie duikstekken. Zijn schip, de Calypso, heeft bijgedragen tot schitterende artikelen en films over het onderwaterleven.  Een massaal protest in 1960 in Frankrijk tegen de storting van radioactief afval in zee, kreeg zijn steun. Een grote groep volwassenen en kinderen wisten toen de trein met afval tegen te houden, en terug te laten keren. In 1974 richtte hij de Cousteau Society op voor de bescherming van het leven in de oceanen, waarvoor hij in 1977 samen met Peter Scott de internationale milieuprijs van de Verenigde Naties. Vroeger werd er door ons voornamelijk in Nederland gedoken. Dit was natuurlijk de milieuvriendelijkste manier ten opzichte van heden ten dage. Na een gedegen opleiding door gekwalificeerde instructeurs mogen de aspiranten voor het eerst in Zeeland hun buitenwater oefenduiken gaan doen. De allereerste buitenduik van de aspirant 1* duikers is bij onze club altijd een “happening”. Om een indruk te geven, hoe dat bij ons gaat, volgt hieronder een klein verslag:

Na een paar maanden in het zwembad De Lockhorst oefenen was de grote dag aangebroken. Op zaterdag 31 maart  zouden ze hun eerste buitenduik gaan maken. De hele maand maart hadden ze angstvallig het weer in de gaten gehouden en hoopten op een lekker mooi voorjaar, zodat het water wat warmer zou zijn. Op vrijdag kwam het hoge woord eruit: het wordt echt niet warmer, aspiranten!!! Tijdens het rijden naar Waterworld, waar het verzamelen was, werd er druk gespeculeerd over de gevoelstemperatuur in het water, maar dat mocht de pret niet drukken, die eerste duik zou gemaakt worden. Moby Dickers zijn tenslotte harde bikkels. Toen we allemaal aanwezig waren bij Waterworld, ook de supporters waren in grote getalen aanwezig, ging iedereen naar Dreischor, om hier bij het gemaal te water te gaan. Na het omkleden werd er een groepsfoto gemaakt en konden de aspiranten, onder leiding van de ervaren instructeurs, aan hun avontuur beginnen in het koude water. Achter elkaar gingen de buddyparen onderwater. Ze hebben het stuk voor stuk een half uur volgehouden en vonden het een prima duik, ondanks de zeer lage watertemperatuur. Op de kant stond een attente duiker, met een jerrycan met warm water klaar om even op te warmen. Daarna snel omkleden in de droge kleren en aanvallen op de saté, die in een restaurantje vlakbij de duikstek voor de duikers klaargemaakt werd. Duiken maakt hongerig. Hier werden ook de logboeken trots ingevuld. Met een half uurtje op tien meter diepte met je buddy in brrrr water. Best koud dus, maar het was de moeite waard.

Later kwam met de welvaart en de prachtige reclamefilms, ook de buitenlandse reizen naar duikstekken om de hoek kijken, eerst binnen Europa en na verloop van tijd werd er over heel de wereld gedoken. Omdat er steeds meer mensen gingen duiken, werden de duikstekken populairder. Het jaar 2002 werd door de Verenigde Naties  uitgeroepen als “jaar van het duurzaam toerisme”. De reden die hiervoor werd gegeven was, omdat enorm veel toeristen naar dezelfde vakantiebestemmingen gingen en dat zou ten koste zou gaan van de aanvankelijke rust en ongereptheid van de natuur, zowel boven als onder water. En de lokale bevolking had niet veel aan die toestroming, want de grote buitenlandse concerns hadden de grootste vinger in de pap, wat het verdienmodel betrof. Door het massale massatoerisme zagen de duikers ook hoe het milieu in die oorden veranderde. De conditie van het koraal overal in de wereld is hier een groot voorbeeld van. Plus de rotzooi die in de natuur, boven en onder water gedumpt wordt staat bijna bovenaan de lijst van verontreinigde zaken, waar een halt aan toegeroepen moet worden. Omdat het steeds weer in de media getoond wordt, kan niemand zijn ogen er voor sluiten. Er moet meer gebeuren op het gebied van het milieu om de aarde bewoonbaar te houden.

Boyan Slat, een Nederlandse jongen, die op de middelbare school zat, had op reizen met zijn vader en moeder al diverse keren tijdens het duiken gezien hoeveel plastic afval in het water lag. Hij begon met maken van een installatie om het drijvende kunststofafval op te vangen. Hij maakte gebruik van de natuurlijke stroming in de zee.

Boyan heeft daar in 2012 een prijs mee gewonnen en noemde het project “Ocean Clean up”. De presentatie ging viraal op het internet en het bracht 2,2 miljoen dollar op, zo kon het project gaan testen.  Het begin was er, maar ze zeggen niet voor niks: alle begin is moeilijk. De bedoeling is om zoveel mogelijk plastic afval bij elkaar te “vegen” en dat te recyclen tot blauwe korreltjes, zodat er weer producten gemaakt kunnen worden. Het plasticvrij maken van de oceaan is niet het enige project wat Boyan aan denkt. Na zeven jaar heeft hij zijn aandacht ook gericht op het schoonmaken van de rivieren, waar ook enorm veel plastic afval in drijft. Als de rivieren eerst schoner gemaakt zijn, dan komt er ook minder plastic afval uiteindelijk in de zee terecht. niet in terecht komt. Het overgrote deel van het plastic in de oceaan stroomt binnen via de rivieren. Er is pas een onderzoek geweest, waaruit blijkt dat 1.000 rivieren tezamen verantwoordelijk zijn voor wel 80% van de vervuiling in de oceaan. 

Boyan en zijn team ontwikkelden de Interceptor. Deze catamaran wordt door een computer aangestuurd om plastic op te vangen. De Interceptor is  geschikt voor elk soort rivier. Ook dit systeem is veelbelovend: het is in staat dagelijks 100.000 kg plastic op te vangen. De eerste Interceptors varen rond in Indonesië en Maleisië. 

Nu de vraag wat kan zo’n kleine duikclub bijdragen aan een schoner milieu? Daarvoor moeten we, net als iedereen, ons bewust worden wat een slecht milieu betekent voor onze aarde. Door middel van informatie en lezingen geven wij de mensen een kijkje in de mooie onderwaterwereld. Ze hoeven dus niet direct lid te worden van een duikclub. Voor ons als duikers begint het al, als we gaan duiken in Nederland. We proberen zoveel mogelijk te carpoolen en stappen we met onze duikuitrusting in het water, dan is het belangrijkste punt om te genieten van wat zich onder water bevindt. Daarbuiten vinden wij het onze plicht om alle troep, die zich op en onder water verzamelt, op te ruimen en in de daarvoor bestemde bakken te gooien. Zo dragen wij ons steentje bij. Ook helpen onze ervaren duikers bij het terugvinden van verloren spullen, die in het water terecht zijn gekomen.  In Zeeland waar wij vaak duikjes maken Voor de buitenlandse reizen wordt door onze club voornamelijk gebruik gemaakt van ecologisch verantwoorde duik. Op Curaçao werd een World Clean Up Day georganiseerd met daarbij milieubeschermingsactiviteiten. Aan dit evenement deden meer dan 140 duikers en 18 duikcentra mee. De gunstige groei in het toerisme op Curaçao dus ook het milieu werd namelijk goed zichtbaar. Het hele jaar door werden er om die reden bij meer dan 12 individuele duikstekken afval ingezameld. Ook wordt er veel aandacht besteed aan de dieren, die door slechte omstandigheden niet goed kunnen overleven in het water. Denk hier bijvoorbeeld aan de bescherming van haaien en roggen. In Egypte zijn de mensen, die aangesteld zijn om het toerisme voor de economie en de gemeenschap te promoten er zich wel degelijk van bewust wat de negatieve impact op de natuur kan hebben als er niet zuinig wordt omgesprongen met diezelfde natuur. Duurzaamheid  staat in Egypte hoog in het vaandel en als punt op de agenda, omdat in de toekomst iedereen nog kan genieten van de wereld, zowel boven als onder water. Zelfs de vlucht naar een duikland toe, kan op  een duurzame manier bijdragen tot een beter milieu. De organisatie Green Seat biedt de mogelijkheid om de totale uitstoot te compenseren door een bedrag te storten, wat gebruikt worden voor allerlei projecten op het gebied van klimaatcompensatie. Hierbij te denken valt aan windmolenparken, zonnepanelen, bosherstel enz. Bewustwording en dan daarnaar handelen komt ook bij al onze clubleden naar voren. Een bekend motto van de meeste duikers is: Schiet niet met de harpoen, maar met de camera! En dat wordt veelvuldig gedaan, bij sommigen onder ons kun je niet meer spreken van amateurfotograaf. De leden zorgen voor verspreiding van hun hobby, die tevens de idealen zijn voor een wereld, waarin iedereen zijn steentje kan bijdragen en dat is nu de bedoeling. Verbeter de wereld, begin bij jezelf en laat zoveel mogelijk mensen hier deelgenoot van zijn.

 

In Zweden bestaat al een aantal jaren een nieuwe fitnesstrend. Ze noemen het plogging en is een combinatie van de woorden “oprapen” en “rennen”. Het is algemeen bekend dat Zweedse mensen behoorlijke trendsetters zijn. Dit plogging is niet alleen goed voor je lichaam, maar ook voor het milieu: van alles in de wereld de twee beste dingen. Als je op Instagram zit, dan zijn er al zoveel mensen enthousiast geworden, dat ze dat via Instagram willen delen over de hele wereld. Ze laten de routes zien die ze rennen en de vangst die ze hebben opgehaald en tegelijkertijd showen ze nog even hun getrainde lichamen. Ben je geïnteresseerd geworden dan kun je twee vliegen in één klap vangen. Ga eens een rondje plogging in jouw nabije buurt. Zwerfafval vind je overal en het blijft ook overal! Ooit geweten wat de afbraaktijd van bepaalde dingen is? Een sigarettenpeuk heeft bijvoorbeeld een afbraaktijd van 2 tot 12 jaar en een plastic flesje doet er zelfs oneindig lang over, ongeveer 500 jaar. Elk jaar komt er 50 miljoen kilo huishoudelijk restafval op straat volgens Milieu Centraal.  De consumenten dumpen maar liefst 30 procent van het afval langs de Nederlandse kust. Denk hierbij aan ijsstokjes, dopjes, flesjes en zwerfafval uit de rivieren. Dit zorgt voor verstrekkende gevolgen voor de dieren in de oceanen.

Er zijn heel veel mooie initiatieven om het afval van de stranden op te rapen, te vergaren en op te ruimen op een milieuvriendelijke manier. Aan de Nederlandse kusten staat nu al 70 jutbakken en veel mensen helpen mee met de slogan: Doe mee, verlos de zee. Maar voor ouders ligt natuurlijk ook de opvoedtaak. Heb je afval, neem het mee naar huis en stop het daar in de juiste afvalbak. Jong geleerd, oud gedaan! Als kinderen zien dat ouders geen afval op straat gooien, dan zijn ze zelf ook niet geneigd om rotzooi op straat te laten belanden.

We hebben in meer dan 50 jaar genoeg meegemaakt om er een boek over te schrijven, maar we zijn wel altijd met beide benen op de grond blijven staan. Het is tenslotte ook zo, dat we niet voor niks zeggen: Wij zijn een club door de leden en voor de leden. Zonder de talloze vrijwilligers hadden we geen vereniging meer gehad, daar wordt soms te weinig bij stilgestaan. Mensen, die het juiste hart op de juiste plaats hebben en voortdurend meedenken en meedoen, daar vaart een club wel bij. Sponsoring was vroeger totaal geen probleem, maar nu bedenken bedrijven zich tweemaal of ze een vereniging een donatie zullen geven. Dat is allemaal veranderd. Er wordt eerst gekeken of ze er baat bij hebben, wat natuurlijk begrijpelijk is om daarna hun antwoord bekend te maken en daar kun je als vereniging verder niets toe bijdragen. Dit staat wel in schril contrast met de cijfers, die bekend zijn over sportsponsering. Er wordt gesproken van een verdubbeling in ruim twintig jaar tijd aldus publicaties in de SponsorMonitor. Hier hebben dus niet alle sportverenigingen van geprofiteerd. Het zal wel bij de hele grote sportverenigingen zijn blijven hangen. Daarom is het fijn, dat onze leden bekend zijn met SponsorKliks. Zoveel als mogelijk is, gebruiken ze de detailhandel die aangesloten is bij SponsorKliks. Of het nu gaat om duikmaterialen of iets voor het huis aanschaffen, er zijn mogelijkheden in overvloede.

Alinda Versluis

Wanneer iemand besluit om doedelzak te gaan spelen is voor iedereen verschillend. 

Voor mij was dat toen ik tijdens een fietstocht rond Hilversum doedelzakspelers in vol tenue bezig zag in een bosgebied. Het geluid fascineerde mij, ik wilde er meer van horen, ook als ik weer thuis zou zijn. Bij de doedelzakspelers stond een informatiestand van een doedelzakvereniging. Het duurde niet lang voordat ik mij aanmeldde bij de Beatrix Pipe Band in Hilversum. We schrijven 1986.

 

De eerste stappen

 

Ik maakte kennis op een oefenavond van de Beatrix Pipe Band. Mijn allereerste indruk was dat doedelzakspelen niet zo heel moeilijk zou zijn; goed, die zak opblazen zou nog wel een dingetje zijn maar hoe moeilijk is het verder eigenlijk? Af en toe een willekeurige vinger optillen om een grensoverschrijdend geluid te produceren.

 

De werkelijkheid pakte toch anders uit; muziekles, noten leren lezen en het idee krijgen dat het onmogelijk zou zijn. Volgens mijn ouders had ik totaal geen ritmegevoel. Die laatste blokkade werd al snel weggenomen toen de instructeurs die ik bij de Beatrix Pipe Band had, mij verzekerden dat iedereen ritmegevoel heeft. Nu hoor ik u bijna sceptisch denken “jaja”. Let maar eens op als u in de file staat en om u heen menig mede-automobilist op zijn of haar stuurwiel mee ziet trommelen op de maat van de muziek uit de radio.

 

Maar hoe leer ik nu die muziek en die noten spelen? Dat leer je met behulp van een fluitinstrument wat ‘practice-chanter’ wordt genoemd. Het lijkt op een zwarte blokfluit met een vrij nasaal geluid die totaal niet klinkt als een doedelzak. Maar het heeft wél dezelfde vingerzetting als de doedelzak. 

 

Lessen volgen via Youtube ìs ook een manier maar het beste is natuurlijk via een doedelzakvereniging. Dit geeft een instructeur gelegenheid om aanwijzingen te geven. Een vereniging bij u in de buurt vind u via internet, er zijn meer dan dertig pipebands in Nederland.

 

Na de toonladder volgen de eerste melodietjes ofwel tunes. Nadat een aantal tunes vanaf bladmuziek gespeeld kunnen worden, wordt er over het algemeen door de instructeur een doedelzak aangevraagd. Dit kan verschillend zijn per band, bij sommige bands moet je eerst een soort mini examen doen.

 

Dan komt de volgende stap. Hoe krijg ik nu enig geluid uit die zak met pijpen, ik kan het zelfs niet goed op mijn schouder houden! Hoe hou ik hem überhaupt vast? Naast deze worstelingen gaat het onder de knie krijgen van de tunes, het bandrepertoire gewoon door op de practice-chanter.

 

En dan is het zover

 

In het leerproces maak je stappen mee. De eerste stap maak je in de beginnersgroep, daarna in de groep welke al behoorlijke stappen gemaakt heeft op de practice-chanter én een begin heeft gemaakt op de doedelzak en vervolgens doe je mee met de groep gevorderden die in ‘de grote cirkel’ spelen en de optredens verzorgd. Deze groepsindeling is ook per pipeband verschillend.

Je moet in de volgende tijdspanne denken; vanaf het moment dat je zogenaamd ‘blanco’ binnenkomt tot het moment dat je mee kan doen met je eerste straatoptreden, zit gemiddeld een periode van twee jaar. Dit is afhankelijk van hoe vaak je oefent, of je al ervaring hebt met muziek spelen en uiteraard, talent!

 

De kleding

 

In 1988 kreeg ik bij de Beatrix Pipe Band de `full dress` outfit. Een kilt, een jasje, kousen, slobkousen, een plaid over de schouder en een feather-bonnet, het laatste is een hoge hoed van struisvogelveren.

Daarnaast een “day-dress” outfit met kousen, een kilt, een overhemd, een gilet, een jasje en een baret (glengarry). Het in ontvangst mogen nemen van de kilt is een mooi moment. Het is dé beloning voor het werk wat je verzet hebt.

 

De kilts hebben verschillende kleuren in ruitpatroon en worden ‘Tartan’ genoemd. De ‘Tartan’  van de Beatrix Pipe Band is van de clan Boyd of Kilmarnock. Die van mijn huidige band The Arthur Troop Pipes and Drums is van de IPA, the International Police Association

 

Een van mijn eerste optredens bij de Beatrix Pipe Band was voor het televisieprogramma ‘Tineke’ van de omroep Veronica. Die had een thema uitzending ‘Groot-Brittannië’. Het was een live uitzending. Mijn ouders zaten thuis met de afstandsbediening van de videospeler in de aanslag.  Wij moesten met de hele band achter het Veronica gebouw staan. Een productiemedewerker hield een klembord omhoog. Afspraak was dat als hij dat zou laten zakken, wij gingen starten. Na een kwartier werd die arme man moe, hij wilde alleen een andere positie zoeken en wij waren weg. Op de video-opname kun je horen dat er “Nee nog niet” wordt geroepen maar er was geen houden meer aan. In het museum van Beeld en Geluid in Hilversum is dat nog te vinden. Ook met de band BZN heb ik een 2-tal optredens mogen doen.

 

Toen ik in militaire dienst ging heb ik de Beatrix Pipe Band helaas vaarwel moeten zeggen en stopte ik met spelen.

 

`Het bloed kruipt waar het niet gaan kan`

 

In het jaar 2014 kwam ik weer in aanraking met de doedelzak, ik vond een doedelzakvereniging die mij aansprak in de omgeving van mijn huidige woonplaats in Noord-Holland. Daarnaast werd ik gestimuleerd door vier doedelzakspelers die in de buurt wonen. Die vroegen of ik wilde komen kijken. Ik wilde wel meer dan dat, ik wilde weer spelen! Dus maakte ik mijn comeback bij de Arthur Troop Pipes and Drums uit Alkmaar.

 

Onder het mom van ‘laat eerst maar even wat zien’ kreeg ik een practice-chanter en een beginnersmuziekboekje. Geloof mij, het is dan net als schaatsen of fietsen, eerst nog wat onwennig maar al gaande voort. Er zat dan inmiddels ook al bijna dertig jaar tussen. Na twee maanden kreeg ik een doedelzak en een driekwart jaar later zou ik mijn mooie blauwe kilt krijgen. Dat werd een jaartje later door leveringsproblemen in Schotland. Geen nood zou je denken, maar toen bij mij mijn maten werden opgenomen door de kiltmaker ging ik nogal gewichtig door het leven en in een jaar tijd was ik wat kilo’s kwijtgeraakt. Dus moest er ook een grote riem komen, anders zou de kilt gelijk op de grond vallen. En dat wil je niet, want op de eeuwenoude vraag ‘wat draagt u onder de kilt?’, is mijn antwoord altijd ‘sokken’.

 

Ik heb bij de Arthur Troop Pipes and Drums verschillende optredens meegemaakt, van de Midwinterfeesten in De Rijp, Havendagen in Medemblik tot diverse uitvaarten en herdenkingen aan toe, het kan alle kanten op! Leuke herinneringen zijn ook een optreden met een collega piper in en rondom Slot Assumburg in Heemskerk waar we onder andere achter de langzaam zakkende ophaalbrug speelden en voorzichtig in het zicht van het bruidspaar kwamen, of de oefenmomenten in het streekbos om de hoek waarbij het niet zo lekker liep. Er stond een dame achter mij met haar fiets in de hand voorzichtig te huilen. Ik dacht: “zie je nou hoe slecht het gaat, ik stop er mee”! De vrouw vertelde mij later dat ze nog nooit zo’n mooi verjaardagscadeau heeft gehad..

 

Arthur Troop

 

Arthur Troop leefde van 1914 tot 2000. Hij was in de jaren 36 tot ruim 70 een politieman uit Groot-Brittannië. In 1950 heeft hij de International Police Association (IPA) opgericht. De IPA telt internationaal momenteel 372.000 leden die wonen en werken in 68 aangesloten landen.

Ook was hij groot liefhebber van doedelzakmuziek en pipe bands.

 

De Arthur Troop Pipes and Drums (ATPD) uit Alkmaar is in 2008 opgericht door politiemensen waarvan een aantal verbonden waren aan de IPA. Het internationale bestuur van de IPA (International Executive Bureau-IEB) én de familie van de oprichter van de IPA hebben toen ingestemd om zijn naam te verbinden aan onze band. Deze is dan ook met trots vernoemd naar Arthur Troop.

 

Ook heeft het IEB en met name de Sectie Verenigd Koninkrijk, afdeling Schotland, eraan meegewerkt dat de band het recht heeft verkregen om de beschermede tartan van de IPA te dragen. Dit staat ook als zodanig formeel geregistreerd.

 

Onze tartan is te zien op www.arthurtrooppd.nl

 

In 2019 vierden wij ons tienjarig bestaan en zijn we met de hele band naar Schotland geweest waar wij hebben optreden in de Queen Anne’s Gardens van het beroemde Stirling Castle 

 

Na dat optreden was het devies ‘instrumenten in de touringcar en je mag het kasteel bezoeken’. Dan loop je, in kilt rond met een aantal toeristen uit Amerika achter je aan die in eerste instantie denken dat je de gids van het kasteel bent…

 

In 2020 ben ik met mijn vrouw nogmaals in Schotland geweest. Ik mocht van de reisorganisatie slechts één koffer meenemen, dus ging het minimale aan kleding in de koffer. De doedelzak moest uiteraard de rest van de koffer vullen, want je gaat `natuurlijk` niet zonder pipes naar het heilige der heiligen!

 

Op een avond sta ik bij zonsondergang aan de Atlantische kust nabij de kleine vissersplaats Ullapool op de rotsen te spelen. Ik dacht dat ik alleen was, maar toen ik klaar was zei mijn vrouw “kijk eens achter je”! Daar stond de halve bevolking van Ullapool en de gasten van een camping naar mij te kijken en luisteren.

 

Drumsectie

 

Tot op heden heb ik het alleen over de doedelzak gehad. We hebben zoals de naam van de band doet vermoeden ook een hele gave drumsectie. Met drums die luisteren naar ‘snaredrum’, tenordrum en de base. Ik heb daar geen kennis van maar ik moet heel eerlijk zijn dat ik zelf de drumsectie keihard nodig heb om onder het spelen het juiste ritme vast te houden.

 

Corona

 

Vorig jaar besefte ik dat ik meer voor de band wilde betekenen, dus ik werd voorzitter. Helaas kwam Nederland een paar weken later in de eerste lockdown terecht. De gevolgen zijn bekend, maar stil zitten is er niet bij. Toch geoorloofde manieren bedenken om zo snel mogelijk in ieder geval weer te kunnen oefenen in bandformatie. Aan de hand van de procedures van het KNMO (Koninklijke Nederlandse Muziek Organisatie) en in overleg met de muzikale leiding worden protocollen in elkaar gezet en dan is het bij goed weer gelukkig weer mogelijk om buiten met elkaar te oefenen! Helaas wordt het kouder, de dagen worden korter en is het op den duur niet meer mogelijk om buiten te oefenen. Ook volgen er steeds strengere maatregelen en komt het seizoen 2020 tot een eind. Om tijdens de wintermaanden zonder oefenavonden toch contact te houden wordt het bestuur opgedeeld in groepjes om leden te bellen, hoe gaat het er mee? Ook krijgen de leerlingen `gewoon` online muzieklessen. Helaas is het tot nu toe nog steeds niet mogelijk om samen te oefenen.

 

Solo optredens

 

In het begin van de pandemie zijn solo optredens gelukkig nog wel mogelijk. Optredens bij in eerste instantie verzorgingshuizen in de binnentuinen. Pro deo, want ik wilde het oefenen en iemand anders blij maken combineren. Zo stond ik regelmatig te spelen bij een verzorgingshuis voor dementerende bewoners. Op een dag staat er tijdens het spelen een oude heer zeker een half uur strak in de houding met de militaire eregroet; hij had in 1945 de intocht van de Canadezen meegemaakt.

 

Ook speel ik nog op twee uitvaarten. Heel bijzonder, zowel voor de nabestaanden als voor mij. Bij de ene uitvaart speel ik binnen, de ander buiten. Bij de plechtige diensten maakt het geluid van de pipes veel emotie los bij de nabestaanden en ook als speler zijn dit gekke optredens, je moet er echt tegen kunnen. Een onvergetelijke ervaring is de uitvaart van een overleden Schotse man. Ik wist dat ik bij de eerste noot die ik zou spelen iedereen zou raken en ik zag vanuit mijn ooghoeken diverse tartans voorbij komen. Dus ik moest strak naar een punt in de vloerbedekking kijken om niet zelf geëmotioneerd te raken.

 

Divers

 

Zo zie je dat het leven van een doedelzakspeler of `piper` heel divers kan zijn! Een divers leven in een in Nederland relatief kleine wereld. Maar of je nu competitie speelt op de vele Schotse evenementen in Nederland, België of Duitsland, of je speelt in een band welke alleen optreed voor publiek bij evenementen, het is een wereld waarin iedereen voor elkaar klaar staat en gezelligheid zeer hoog in het vaandel staat!

 

Helaas staat ook deze kleine wereld compleet stil op dit moment en zijn alle optredens gecanceld en de competities bij evenementen afgelast. Gelukkig zijn er initiatieven als Sponsorkliks waarin het voor ons als bands toch mogelijk is om wat inkomsten te vergaren om straks, als we weer mogen, vol gas aan het werk te kunnen om snel weer op het niveau te komen om op te treden, want wat hebben we daar veel zin in!

Erwin van Breemen, Voorzitter Arthur Troop Pipes and Drums (ATPD)

Een beetje de omgekeerde wereld. Verkooptechniek voor kopers. Immers zij, de kopers, hoeven helemaal geen kennis te hebben van verkooptechniek. Nou, het kan toch wel eens handig zijn om een verkoper te doorzien. Er lopen helaas nogal wat lieden rond, die u willen tillen. Om dat te voorkomen zult u de trucs moeten kunnen doorzien. Vandaar dus dit artikel.

Heel veel artikelen heb ik in de loop der jaren geschreven over verkooptechniek. Als les voor vertegenwoordigers en verkopers. Dit keer doe ik het dus eens andersom. Les voor kopers, waarbij de trucs van de professionals de kopers, u dus, niet kunnen deren en de kopers kunnen voorkomen dat ze voor onaangename verrassingen komen te staan.

Een verontschuldiging vooraf. Ik spreek steeds over verkopers en gebruik het steeds het woord “hij”. Uiteraard zijn niet alle verkopers mannen. Maar om steeds “man of vrouw” en steeds “hij of zij” te moeten schrijven, schrijft niet zo lekker en het leest ook niet zo lekker. Vandaar.

Trucs of techniek?
Ik gebruikte zojuist wel het woord trucs, maar het is gewoon een techniek waarbij de koper overgehaald wordt om te beslissen. En een techniek is op zich geen schande. Een timmerman heeft ook een techniek om een plank door te zagen of om een spijker in het hout te slaan en een loodgieter heeft een techniek om pijpen aan elkaar te solderen. Zo heeft de verkoper ook zijn technieken. Als die technieken gebruikt worden om iets te verkopen is dat helemaal niet erg. Het wordt pas echt erg als er technieken gebruikt worden om u iets door de strot te duwen. Als u daardoor spullen koopt waarvan u zich later afvraagt: “Wat moet ik hiermee? Hoe heb ik zo stom kunnen zijn om dat te kopen?”. Dan is de verkoper een soort oplichter, maar u hebt wel zelf beslist!

De prijs noemen
Zo is er een bijvoorbeeld een techniek om een prijs te noemen. Bijna alle artikelen die u in de winkel ziet hebben een prijs die op 99 cent eindigt en benzineprijzen eindigen bijna altijd op 0,9 cent. Dat is niet het gevolg van een uiterst scherpe calculatie, maar € 33,99 lijkt op de een of andere manier nu eenmaal veel minder dan € 34,00. In onze hersenen schijnt het niet zo eenvoudig te zijn om die ene cent er bij op te tellen, om het juiste bedrag te zien. Alle grote en kleine bedrijven hebben dus al een eenvoudige techniek om u iets te verkopen.

Het is me in de supermarkt al een paar keer opgevallen bij de broodjes en de vleeswaren dat bij sommige artikelen de prijs ontbreekt. Volgens mij bij de duurdere artikelen binnen de groep. Vanmorgen nog, bij de vleeswaren ontbrak de prijs van de dure Spaanse ham, bovendien was het een pakje van maar 60 gram. Ik heb het pakje maar met rust gelaten. Het is een ietwat oneerlijke verkooptechniek. Als u namelijk bij de kassa staat en dan pas de prijs hoort, zegt u niet snel: “Laat dit artikel bij nader inzien maar zitten”.

Bij de grootgrutters staan alle artikelen die men u graag verkoopt op ooghoogte, dus ook op eenvoudige grijphoogte. De goedkopere artikelen staan laag of hoog. En hoe minder graag ze die verkopen, des te vaker staan ze heel laag of heel hoog. Het kost u dus iets meer moeite om die artikelen te pakken of u kijkt er over heen en dus zal men iets eerder de voorkeur van de winkelier pakken. Ook dat is een verkooptechniek.

Maar het kan veel geraffineerder. De prijs noemen lijkt zo eenvoudig, maar ook hier hanteert men vaak een bepaalde techniek. Als u op een rommelmarkt een prijs vraagt, krijgt u meestal een correct antwoord. De verkoper blijft zitten achter zijn kraam en bromt van onderaf bijvoorbeeld iets van: “Tien euro”. Die prijs zet zich vast in uw brein, wordt brandpunt en wellicht een struikelpunt. Veel beter is het als een verkoper de prijs “inpakt”. Onderstaand het verhaal dat ik eerst van een oude rot in het verkoopvak hoorde:

Een man loopt langs een stropdassenwinkel en ziet een hele mooie stropdas in de etalage. Hij gaat naar binnen en vraagt aan de verkoopster: “Wat kost die stropdas?” De dame kijkt op en zegt: “Honderd euro”. De man schrikt en zegt: “Dank u wel, goede middag”, en vertrekt. Het had ook heel anders kunnen lopen. Als de dame na de vraag naar de prijs van de stropdas had gezegd: “Oh, maar dan heeft u een goede smaak. Daar konden we er maar twee van inkopen. Die andere heeft mijn directeur zelf gehouden. Hij kost 100 euro, maar hij is dan ook van echt wasbare zijde, is kleurecht en onkreukbaar en het motief is geschilderd door de wereldberoemde Japanse schilder Fojimoro. Wereldwijd zijn er maar 500 van gemaakt. Wat is hij mooi hè”.

Kijk, door het compliment en het inpakken van de prijs met voordelen en bijzonderheden, is die prijs ineens niet zo belangrijk meer en lijkt die stropdas er ineens een stuk goedkoper door te worden of in ieder geval meer waar voor uw geld te bieden. Uiteraard zullen er nog steeds veel klanten zijn die schrikken en de winkel uit lopen, maar de scoringskans van de tweede dame is veel groter geworden dan die van de eerste dame.
Andersom als u als klant iets dergelijks van een verkoper bemerkt, realiseer u dan wat hij gezegd heeft en trek zelf uw plan. Laat de prijs goed in uw hersenen doordringen. Wees bewuster.

De keuzetechniek
Een andere verkooptruc bij besluiteloze klanten, is de keuzetechniek. Men laat u dan kiezen over iets onbelangrijks en vraagt u dan bijvoorbeeld: “Wilt u een rode of een groene?”. Of: “Wilt u hem thuis bezorgd hebben of neemt u hem zelf mee?”. Of: “Inpakken of gaat hij zo mee”. Zodra u hierop een antwoord geeft en een keus kenbaar maakt, dan heeft u in wezen een beslissing genomen en gekocht, ook voor u zelf is het dan duidelijk. Misschien is dat voor sommige producten een goede zaak, dan is er niets aan de hand. Maar het kan ook zijn dat u achteraf denkt: “Wat heb ik nu gedaan, ik wilde dat ding helemaal niet”, en u begrijpt niet waar het fout is gegaan.

Als een verkoper u een eenvoudige keuze voorlegt, denk dan nog even na en zeg bijvoorbeeld: “Als ik hem koop, dan wil ik …..”. Dan is er nog niets aan de hand.


Complimenten doen het altijd goed
Het is ook een kunst om u op uw gemak te stellen. Verkopers doen dat onder andere door koffie in te schenken. U krijgt dan een beetje een band met de verkoper.

En een compliment is ook een mooie binnenkomer. In het BBC-programma Salvation Hunters is de directeur-eigenaar Drew Pritchard en tevens inkoper van het bedrijf. Hij bezoekt landhuizen, kastelen en ook fabrieken en komt bij concurrenten. Als hij bij de klant binnen komt, is het eerste wat hij altijd roept is: “Wouw, wat een mooie ….”. En dan volgen er complimenten over de meubelen of het gebouw of de indeling of de opstelling. Hij komt er altijd mee weg en de stemming zit er gelijk goed in. Hij is weliswaar een inkoper, maar moet ook zichzelf verkopen.

Ik heb ook een verkoper van onderhoudsmaterialen eens tegen een onderhoudsman van een bejaardenhuis horen zeggen: “En met hoeveel man doet u dat onderhoud?”. “Met niemand”, was het antwoord. En met verbazing in zijn stem vroeg de verkoper: “Helemaal alleen? Hoe bestaat het”. Terwijl ik me afvroeg of de onderhoudsman er in zou trappen, zag ik hem groeien.

Zelf ben ik er ook wel eens ingestonken in een kledingzaak. Ik paste een kostuum en de verkoper trok eens wat aan de mouw en wreef over een schouder en zei: ”U zwemt zeker veel?”. Nu speel ik waterpolo en dat klopte dus wel. Het gevolg was wel dat ik me de koning te rijk voelde en dat die verkoper bij mij geen kwaad meer kon doen. Ik heb daar bij hem een klein fortuin uitgegeven aan kleding. 

Waarom komt u altijd bij dezelfde kapper? Knipt hij beter dan zijn concurrent? Is hij goedkoper? Bevallen zijn sluitingstijden u beter? Is hij beter bereikbaar? Of kunt u zo lekker met hem kletsen? Hoe zijn zijn complimenten?

Kijk dus goed uit voor complimenten. Ze kunnen best goed gemeend zijn, maar ze dienen om u te lijmen. Wees attent.

U op uw gemak stellen
Bekend is ook het vragen stellen over een gebied waarvan de verkoper kan weten dat u er goed in thuis bent. Bijvoorbeeld vragen over uw sport of uw beroep. Immers, dan bent u op bekend terrein, weet er meer van dan hij en u ontspant zich. U bent afgeleid van het eigenlijke doel van het gesprek. U zult eerder in een valkuil lopen.
Hoewel zij geen verkopers zijn, bedienen vooral doctoren en fysiotherapeuten zich nog al eens van deze truc. Mijn schoonzoon heeft helaas nogal eens therapie nodig en zodra de therapeut naar zijn beroep vraagt, zegt hij steevast: “Ojee, het gaat dus pijn doen”. Nu is die truc best wel goed als de therapeut hem toepast, maar bij een verkoper is het dubbel oppassen. Misschien is het verstandig om de zaak te verlaten of in ieder geval zeer alert te zijn.

Kooplust
Als u dus bij een verkoper in de zaak bent met een bepaald (duur) doel, kunt u door zijn mooie praatjes kooplust krijgen. Kijk uit. Kooplust hebben is levensgevaarlijk. Het verblindt. U bent dan in de stemming om een heleboel geld uit te geven en er is grote kans dat u later spijt krijgt van uw impulsiviteit. Zeg dat u over de aanschaf nu geen beslissing wilt nemen en er thuis over na wilt denken.
Maar een goede verkoper heeft uw kooplust wel opgemerkt en zal proberen door te drukken. Logisch vanuit zijn standpunt. Een klant met kooplust laat hij niet zomaar gaan. De kooplust kan verdwijnen, de klant kan naar de concurrent gaan of hij gaat het product op Internet bestellen.
Heb geen medelijden met de verkoper, dat heeft hij met u ook niet.

Andersom, als u een uurtje later weer thuis zit en weer wat tot bezinning bent gekomen en bemerkt hebt dat kooplust een zeer vluchtige stof is, dan zult u zich afvragen of u dat product nu echt zo hard nodig heeft en of u nu echt zo nodig zo veel geld wilt, moet en kan uitgeven. Als de antwoorden allemaal “ja” zijn, dan zult u merken dat het product nog steeds te koop is en elders wellicht goedkoper, van betere kwaliteit is of met betere voorwaarden te koop. Plus, als u bij dezelfde verkoper terug bent, dat het waarschijnlijk is dat hij u nu een betere prijs of betere voorwaarden zal bieden.
Kortom, wees voorzichtig met kooplust.

Ik heb een dame gekend die op een hobbybeurs een orgel op afbetaling kocht. Eigenlijk kon zij zich dat ding niet permitteren. Thuis moest zij opbiechten wat ze had gedaan. Grote echtelijke ruzie tot gevolg. ’s Nachts niet kunnen slapen en in haar middernachtelijk gewoel had ze de oplossing. Ze zou stoppen met roken en het uitgespaarde geld gebruiken om het orgel af te betalen. Je zou kunnen zeggen dat het een geluk was dat ze rookte, anders was het huwelijk wellicht op de klippen gelopen. Zo ziet u waar ongecontroleerde kooplust toe kan leiden.

Angst is een slechte raadgever
Er zijn artikelen die dienen om iets te voorkomen. Bijvoorbeeld inbraakbeveiliging en verzekeringen. Natuurlijk is het nuttig om die zaken in orde te hebben.
Om bij verzekeringen te beginnen. Een glasverzekering is dat nu echt nodig. Ja als u zeer kostbaar gebogen glas in de gevel heeft, dan kost eventueel vervangen een vermogen. Maar hoe vaak heeft u in huis een ruit moeten vervangen in de afgelopen 20 jaar. Dan heeft u al een veelvoud aan verzekeringspremie betaald of uitgespaard.
Inbraakbeveiliging heeft zeker nut. Maar denk eens goed na in hoe verre en hoe uitgebreid. De verkoper van deze materialen kan het u mooi voorstellen en hij kan het zo uitgebreid als maar mogelijk leveren. Hij zal graag op uw angstgevoelens inpraten.
En wat te denken van een bagageverzekering. Hoe kostbaar zijn uw kledingstukken die u meeneemt op vakantie?
Ook hier geldt dat u zich niet alles aan moet laten praten. Wees verstandig en neem wat u na rijp beraad zelf nodig vindt.

Folders, advertenties en de STER
U kent ze allemaal, maar u roept: “Daar stink ik niet in”. Nu zegt iedereen dat, maar die reclamemakers zijn natuurlijk niet gek. Er zitten in die reclames zoveel verborgen verleiders. U en ik zien ze lang niet allemaal en heeft u weer iets gekocht waar u nu niet echt behoefte aan heeft.
Een van de redenen om iets te kopen is de “hoge korting”. Is die korting nu echt zo hoog of zit er weer een instinkertje, een addertje onder het gras bij? Kijk uit.

Ik herinner me dat ik als kleine jongen met mijn vader zaterdags naar de markt ging. (65 jaar geleden) Daar stond vaak een bananenkoopman en die maakte er altijd een hele show van. Achter op de klep van zijn vrachtwagen “trad” hij op. Als de interesse een beetje terug liep, nam hij een kam bananen met 10 stuk in zijn hand en riep: “En nu een bijzondere prijs. Ik heb hier een mooie kam en die doe ik weg voor een speciale prijs. Kijk, (en dan wees hij ze aan) twee, vier zes, acht, tien, twaalf bananen (en dan draaide hij de kam om) en aan de andere kant twaalf bananen, dat is 24 bananen en dan gaan weg, niet voor vier gulden, niet voor drie gulden. Nee, ik weet het beter, voor geen knaak, niet voor twee gulden maar voor een vijftig. Niemand? Nou geef maar zes kwartjes dan”. Prompt riepen minstens vijf mensen: “Ja. Ik”. De korting van 1,50 naar zes kwartjes is natuurlijk nul, maar mensen stonken er wel altijd in.

Ook veel voorkomend is als u uit eten gaat. Het liefst met een flesje wijn er bij. Nu hebben niet veel mensen echt verstand van wijn en met een wijnkaart voor hun neus hebben ze een probleem. Of er rood of wit bij hun gerecht hoort, weten ze meestal nog wel, maar dan? Zo’n dure wijn vinden ze zonde, maar de goedkoopste wijn van de kaart nemen staat wel stom en armoedig. Voor alle zekerheid nemen ze dan de een na goedkoopste wijn van de kaart. En u mag drie maal raden. Waar heeft de restaurant zijn wijn met de grootste marge gezet? Juist ja. Op de plaats van de een na goedkoopste wijn!!!
Neem rustig de goedkoopste of nog beter, de huiswijn. Die is altijd goed te pruimen.

Veel winkels hebben regelmatig hoge kortingen op een bepaald product. Maar is dat wel zo. Vaak zie je prijs die je ergens anders ook bepaald. Of een adviesprijs van de fabrikant met daarop een korting. Zoals overal. Maak een beetje een studie van de prijzen voor u besluit.
Mijn vrouw kocht eens 24 borstels voor de elektrische tandenborstel. Goedkoop, dat wel. Maar met 24 borstels doen wij met z’n tweeën een jaar of tien. Maar, erger nog, hoewel ze in de advertenties van het juiste merk waren, waren ze dat in werkelijkheid niet. Na een week of twee slipten de asjes van de machine door. De laatste tien hebben we weggegooid. Het was dus toch duurkoop.

Tot slot
Hiermee heeft u een beetje een indruk wat u te wachten kan staan als u iets gaat kopen. Natuurlijk zijn er veel onverwachte trucs en valkuilen waar u alsnog in kunt vallen, maar u heeft nu een beetje een indruk wat u kan overkomen als u gaat winkelen.

 

Samengevat: Wees attent, kijk uit, let op en pas op.

Koert Wijnands

Het is zaterdagochtend, iets voor 9 uur. Half Nederland ligt nog op een oor, maar dat geldt niet voor de ouders met sportende kleine kinderen. In het weekend staan op de druk bezette sportvelden de allerjongsten immers als eerste op het programma. Terwijl de ouders zich naar de koffie in het clubhuis spoeden en een paar kleuters al rondrennen met bal, staat menig trainer al in de startblokken om aan de slag te gaan.  

Niet alleen de sportieve vrijwilligers, maar ook allerlei andere mensen staan op dit vroege tijdstip al paraat voor hun vereniging. De accommodatiebeheerder heeft de lijnen van het veld al uitgezet en de goaltjes in stelling gebracht. De horeca mensen hebben het clubhuis aangeveegd en opgeruimd (en de koffie waar naar gesnakt wordt al klaar!) en de wedstrijdbalie is ingericht en geopend om ouders, scheidrechters en uitspelende teams met open armen te ontvangen. De sportdag op de club kan beginnen. 

Wie zijn ze, deze mensen die zich al voor dag en dauw zich belangeloos inzetten voor de sport en een ander? Wat drijft ze? Waarom moet elke vereniging ze koesteren en hoe lukt dat het beste?

 

Zonder vrijwilligers geen sportvereniging

Dat vrijwilligers essentieel zijn voor het voortbestaan van verenigingen staat als een paal boven water. Zonder hun activiteiten – vrijwel altijd onbetaald – zou de contributie in veelvoud toenemen omdat er betaalde krachten moeten worden ingehuurd. En dat heeft natuurlijk consequenties voor de ledenaantallen en daarmee het voortbestaan van de club.  

Nederland kent ongeveer 25.000 sportverenigingen. De vijf grootste bonden voor wat betreft ledenaantallen zijn overigens voetbal, tennis, vissen, golf en gymnastiek.
Meer dan de helft van de (sport-)verenigingen werkt voor 100 procent met vrijwilligers. Slechts een derde van de verenigingen heeft – naast de onbetaalde mensen – medewerkers op de loonlijst staan. 

Is dat aantal vrijwilligers voldoende om de vereniging draaiend te houden? Een meerderheid van de verenigingen in Nederland antwoordt hierop bevestigend: we hebben voldoende vrijwilligers om de club te laten functioneren. Maar tegelijkertijd geven ze ook aan dat ze wel altijd op zoek zijn naar nieuwe vrijwilligers. Dat geldt met name voor de grote verenigingen (dat zijn clubs met meer dan 100 leden).
Over het verloop in vrijwilligers is niet veel bekend. Maar het feit dat vrijwel alle clubs continu op zoek zijn naar nieuwe aanwas, geeft aan dat er een behoorlijk verloop is. 

Menig sportvereniging heeft te kampen met een tekort aan vrijwilligers en zoeken hiervoor creatieve oplossingen. Zo zijn verenigingen min of meer noodgedwongen over gegaan tot verplichte vrijwilligersdiensten van leden om de contributie niet al te fors op te laten lopen. Soms in ruil voor een contributiekorting, soms met de mogelijkheid tot afkoop. Deze noodgedwongen taken lijken niet direct ideaal voor het gemotiveerd uitvoeren van taken en het verenigingsgevoel.

Ze zijn er in alle soorten en maten

De overenthousiaste moeder, de sportliefhebber die zich niet kan voorstellen dat iemand niet de hele tijd met voetbal/tennis/vissen etc. bezig wil zijn, de pensionado met veel tijd die nog iets nuttigs wil doen: er zijn verschillende types vrijwilligers. 

Van alle Nederlanders boven de 15 jaar verrichtte bijna de helft minimaal een keer per jaar vrijwilligerswerk, aldus het CBS in 2019. De meeste vrijwilligers zetten zich in voor sportverenigingen, scholen, jeugdwerk, verzorging en levensbeschouwelijke organisaties. Circa 1 op de 10 Nederlanders besteedt vrijwillig zijn of haar tijd aan activiteiten voor een sportvereniging. Dat kost ze gemiddeld om en nabij de 4 uur per week, met uitschieters naar beneden maar vaker: naar boven.

Dat vrijwilligers er in allerlei soorten en maten zijn, blijkt ook uit de CBS cijfers. Globaal gezien is de gemiddelde vrijwilliger een vrouw, van middelbare leeftijd, hoog opgeleid en werkend. Bij sportverenigingen ligt het net iets anders dan het landelijk gemiddelde: daar zijn de mannen licht oververtegenwoordigd, als ook de leeftijdscategorie 35 tot en met 54 jaar en de hoger opgeleiden. 

De meest populaire bijbaantjes bij een sportvereniging zijn trainen of coachen, het draaien van bardiensten, het zitting nemen in een commissie en/of het regelen van allerlei organisatorische zaken. Als scheidsrechter of jury fungeren en het onderhoud van de accommodatie en sportmaterialen zijn aanmerkelijk minder in trek. En een bestuursfunctie kan maar bij weinigen op enthousiasme rekenen. 

Hoewel dus een groot deel van Nederland zich inzet als vrijwilliger, zijn de vooruitzichten niet erg rooskleurig te noemen. Het aandeel zal vermoedelijk gaan dalen. Dit heeft vooral te maken met demografische ontwikkelingen (onder andere door vergrijzing en bevolkingskrimp), de steeds meer individuele sportmogelijkheden en een grotere vraag vanuit de samenleving naar allerlei vrijwilligers (hetgeen concurreert met vrijwilligerswerk in de sport). Zeker voor de structurelere taken in een vereniging wordt steeds minder animo verwacht.

 

Waarom word je vrijwilliger?

“Ik wil iets doen voor de club”. Als je vraagt naar redenen voor de vrijwillige inzet bij een sportvereniging hoor je dat vaak als eerste uit de mond van een vrijwilliger. En eigenlijk ook voor mezelf, komt er vaak achteraan, want: “ik vind het leuk, ik leer er dingen van, ik doe er sociale contacten op, en ik houd gewoon heel veel van voetbal/tennis/vissen etc.’ zijn vaker voorkomende motieven.

Het leuk vinden van dat wat je doet voor je vereniging is nog net iets belangrijker (geldt voor 60% van de vrijwilligers bij een sportvereniging) dan iets voor een ander doen (geldt voor 50% bij een sportvereniging). Het opdoen van sociale contacten, het hebben van een nuttige tijdsbesteding en het vinden van een baan zijn toch minder belangrijke redenen, zo blijkt uit een landelijk onderzoek. 

 

Hoe en waar het begint 

De visvijver voor vrijwilligers is als club dicht bij huis: het eigen ledenbestand of fysiek in de eigen omgeving. Op het veld, in de kantine en langs de lijn is vrijwel wekelijks een potentiële doelgroep te vinden. Circa een kwart van alle leden (of ouders van leden) van de gemiddelde sportvereniging geeft namelijk aan vrijwilligerswerk te doen.

Maar waarmee haal je ze binnen? Door goed in gedachten te houden vanuit welke motieven men vrijwilligerswerk doet: zorg dus dat je ze iets leuks te bieden hebt, iets dat ze aanspreekt en dat hun persoonlijke belangstelling heeft. Voor iedereen is in principe wel iets te vinden dat aansluit bij hun interesses. Dat ze daarmee iets nuttigs doen voor een ander en voor de club is mooi meegenomen. 

Het daadwerkelijk werven van vrijwilligers kan op verschillende manieren. Je kunt je aanbod kenbaar maken via publicaties in je nieuwsbrief, op je website en social media. Of je vraagt het al op moment van aanmelden, of een jaarlijkse enquête, waardoor je een eigen database opbouwt waaruit je later kunt gaan putten. Maar wat met kop en schouders er bovenuit steekt als beste manier is: vraag het ze. Persoonlijke aandacht doet wonderen in dit verband. Spreek dus mensen aan op of naast het veld, bij trainingen en/of in het clubhuis en vraag wat ze interesseert en hoe ze een steentje bij willen dragen. 


Eenmaal binnen, maar dan?

Als ze binnen zijn, is het ook zaak ze – in elk geval voor een tijd – binnen te houden. 

Elke vereniging kent ze wel: de supervrijwilliger die al 25, 30, 40 jaar actief is voor de club. Die er vaak zelf als jeugdige sporter is begonnen en die in de loop der jaren allerlei vrijwillige klussen op zich heeft genomen. Die er in het weekend vaak nog niet weg te slaan is en die van onschatbare waarde is en was. Superfijn voor deze vrijwilliger en de vereniging natuurlijk, maar helaas nog maar heel zeldzaam. En iemand die vermoedelijk nog unieker zal worden in de toekomst. 

De meeste vrijwilligers houden het namelijk niet zo lang vol als deze supervrijwilliger. En dat hoeft ook niet. Maar als er minder verloop zou zijn, wordt niet elke keer het wiel opnieuw uitgevonden en dat komt een vereniging ten goede.

Gemiddeld blijven vrijwilligers een aantal jaren op hun post. Maar de indruk bestaat dat velen eerder afhaken. Vol goede bedoelingen beginnen velen aan een vrijwilligerstaak. De eerste klussen zijn leuk en geven veel plezier en ook het warme onthaal van andere vrijwilligers (hoera, meer handen!) doet natuurlijk goed. De tijdsbesteding valt vaak ook nog mee. 

Na een tijdje zie je de eerste kleerscheuren verschijnen. Er zijn er verschillende aan te geven. De vrijwilliger merkt dat taken steeds vaker bij hem of haar terecht komen. Hoezo 4 uur per week gemiddeld? Het besteedde aantal uren kan al snel oplopen. Er gaan irritaties ontstaan ten aanzien van andere vrijwilligers, die een andere invulling aan hun taak geven. Men ontdekt dat met anderen samenwerken zonder enige vorm van financiële drang of strikte hiërarchie toch niet altijd even soepel verloopt. Er kan een bestuur zijn dat over sommige dingen toch anders denkt dan de vrijwilliger zelf. En dat – natuurlijk – structureel te weinig aandacht heeft voor al goede werken van vrijwilligers. En dan hebben we het nog niet gehad over de mondige ouders en leden die vinden dat wat de vrijwilliger doet toch niet bijdraagt aan het geluk/sportcarrière/toekomst (vul zelf in) van hun kind of zichzelf. En dat ook op geagiteerde toon laat weten. Verder zijn er altijd ouders en leden die van de sportvereniging verwachten dat deze opereert als een beursgenoteerd bedrijf. En dan ook nog duidelijk maken dat het dan om een slecht geleid beursgenoteerd bedrijf gaat. Kortom, er zijn allerlei redenen waarom vrijwilligerswerk na verloop van tijd (dit verschilt per persoon) vaak zijn glans wat gaat verliezen. Tijd voor velen om de stekker er uit te trekken. 

 

(Hoe) kan het anders?

Vrijwilligers moet je van begin af aan koesteren. Niet alleen om ze binnen te halen maar ook om ze wat langer aan te laten blijven. Natuurlijk is vrijwilligerswerk voor slechts weinigen een taak voor het leven, maar met wat extra zaken kan de levensduur wellicht wel verlengd worden. Voor de vuist weg wat tips.

Het begint en eindigt met persoonlijke aandacht van de organisatie (het bestuur?). Zoals eerder vermeld door ze die aandacht al meteen van het begin te geven. Vraag ze persoonlijk. En doe dat overigens ook meteen aan de meest vatbare groep. Ga in gesprek over wat ze leuk zouden vinden om te doen. En, ook niet onbelangrijk: wees reëel over het aantal uren. Een bestuursfunctie is in de meeste gevallen niet in een uurtje per week te doen. Knip desnoods taken wat op om het voor iedereen behapbaar te houden. Dat gaat misschien ten koste van de snelheid, maar zoals een Afrikaans spreekwoord zegt: alleen ben je sneller, samen kom je verder”. 

De aandacht voor de vrijwilliger zou in het ideale geval als een rode draad door de vereniging moeten lopen. Geef ze veel aandacht, want alles wat aandacht krijgt, bloeit. Praat regelmatig met ze (zo simpel kan het zijn). Bedank ze regelmatig door kleine attenties, die echt niet altijd veel geld hoeven te kosten. En organiseer een bedankavond of bijeenkomst waarop ze allemaal welkom zijn en in het zonnetje worden gezet.
De meeste vrijwilligers zijn ook wel intrinsiek betrokken bij de vereniging, laat ze daarom ook meedenken over het reilen en zeilen van de club. Als een soort superklankbord voor het bestuur: om ideeën op te halen, maar ook om ideeën te toetsen.  

Wie moet dat nu allemaal weer gaan doen, kan nu in uw hoofd opkomen. De meestal al wat overbelaste bestuursleden van een vereniging? Het helpt zeker als bestuursleden in elk geval de mensen binnen hun eigen portefeuille persoonlijk koesteren. Maar niet iedereen heeft daar de tijd of soms ook de belangstelling en de skills voor. 

Een oplossing kan liggen in het aanstellen van een vrijwilligers coördinator. Iemand die de vereniging door en door kent, die heel veel mensen op de club kent en die er ook vaak te vinden is. Iemand zoals de supervrijwilliger bijvoorbeeld. Die zou de brug kunnen zijn tussen het bestuur en de leden en zich alleen maar bezig hoeven te houden met vinden en behouden van vrijwilligers. Die daarvoor mandaat en misschien zelfs een klein budgetje krijgen. Iemand die op zijn of haar beurt ook weer gekoesterd wordt door het bestuur en daar nauw mee samenwerkt om signalen op te pikken en ook door te geven. Of misschien zelfs wel deelneemt aan het bestuur.

Een warm vrijwilligersbeheer is essentieel voor een vereniging. Doe het uit liefde voor de club.

Henny van Dijk

——————-

Bron:

CBS, 2019

Vrijetijdsomnibus, SCP&CBS 2018

Mulierinstituut 2019

Chorizo pasta? Altijd goed!

Als ik aankondig dat we chorizo pasta gaan eten gaat er altijd wel een gejuich op in huis. Ook de huisgenoten van mijn jongste van 21 in zijn studentenhuis zijn inmiddels groot fan van dit heerlijke gerecht. Nadat ik het één keer ter plekke gemaakt had, wat een hele uitdaging was in een studentenhuis met vijf jongens, kan ik ze inmiddels niet blijer maken dan op zondagavond mijn zoon een enorme bak voorbereide chorizo pasta mee te geven. De uitdaging zat hem niet zozeer in de benodigde pannen want die waren er genoeg, meer dan genoeg. Vaak achtergelaten door de diverse afgestudeerde voorgangers én dan daarbij nog alle pannen die de huidige bewoners zelf nog hadden meegebracht. Het is een hele stapel geworden inmiddels. En die moeten dus allemaal in die kleine keuken gestouwd worden, wat al een uitdaging op zich is. Maar nee, de uitdaging die ik bedoel zat hem meer in het accepteren dat ons huishouden thuis iets anders is dan in een studentenhuis. Schoon dáár is toch nét wat anders dan schoon hier. Maar … dat mogen ze zelf verder regelen. Ik hoef er niet te wonen. Op zich hebben ze het wel goed met elkaar geregeld: iedere dag heeft iemand anders de taak om te bedenken wat er gegeten moet worden, de boodschappen ervoor te halen en dan ook daadwerkelijk te koken voor de hele groep. De anderen zorgen dan voor het afruimen, het schoonmaken van de tafel en de keuken. Ook de andere huishoudelijke taken hebben ze zo goed mogelijk verdeeld. Maar ja, na een stevige maaltijd is de puf om de keuken ook eens een hele goeie beurt te geven blijkbaar niet echt meer aanwezig bij onze studenten. Gelukkig kan ik me heel goed beheersen en heb ik geen enkele neiging om niet alles gelijk daar te gaan schoonmaken, zó jammer voor de mannen! Daar hadden ze natuurlijk wel stiekem een beetje op gehoopt. Omdat ze daar gewoon een vaatwasser hebben, ja zo slecht hebben de studenten van tegenwoordig het dus niet, was er in ieder geval voldoende schoon materiaal om dan ook direct met koken te kunnen beginnen. Maar eerst even de meegebrachte ingrediënten voor het toetje in de koelkast zetten.

 

Zwembadje
Het enige wat ik toen toch echt niet kon nalaten om te doen was even het zwembadje onderin de koelkast op te lossen. Bij navraag was het inderdaad altijd erg nat in de koelkast en ook al langere tijd…. onderin konden ze eigenlijk niets neerzetten maar hoe dat nou toch kon?? En dan heb je het over vijf jongens die allemaal studeren aan de technische universiteit of hogeschool! Technisch zijn ze vast wel maar praktisch? Ho maar. Ja, ze wilden de klusjesman er al eens naar vragen. Na een korte blik in de koelkast was het mij al snel duidelijk dat ze één van de glazen planken op de bodem hadden neergelegd zodat deze over het afvoertje achter in de koelkast lag en zo de afvoer blokkeerde. Normaal loopt het condenswater daardoor uit de koelkast weg in een bakje boven de motor, waar het dan verdampt. Maar nu dus niet. Snel opgelost dus en ik had vijf, nu al, blije jongens in de toch al krappe keuken staan. En dan hadden ze nog niet eens te eten gehad! Want eten is voor die gasten best wel een ding. Onze jongste vertelde dat, zeker in het begin, ze nog wel eens moeite hadden om de benodigde hoeveelheden goed in te schatten. Tijdens het boodschappen doen in de winkel leek het dan best wel al een flinke hoeveelheid in de winkelwagen en kostte het al weer meer dan genoeg volgens hen (studentenbudget hè). Maar klaargemaakt was er dan vaak eigenlijk net niet voldoende voor vijf hongerige jongens die nog een beetje in de groei zijn. Dit was ook één van de redenen dat ze later steeds zo blij waren met een bak chorizo pasta: eindelijk voldaan van tafel!

 

Yeah! De pasta …
Maar goed, inmiddels ben je natuurlijk ook wel benieuwd naar die chorizo pasta! Ik ben zelf geen kok en koken is niet echt mijn hobby en dus ben ik een grote fan van makkelijke en snelle recepten. Net als onze studenten overigens. Voor de jongens heb ik het dan ook allemaal stap voor stap uitgeschreven waar jij nu ook van kan meegenieten, zie hieronder. 

De onderstaande ingrediënten heb je allemaal nodig voor vijf grote eters of, zoals ik ook vaak doe, om nog wat over te houden voor een volgende dag als onze twee kinderen weer naar hun respectievelijke studentenkamers zijn vertrokken en wij weer met z’n tweetjes eten.

 

Welke ingrediënten heb je nodig?

    • 2 of 3 chorizo worsten (voor de studenten doe ik zeker 3 worsten, die zijn er helemaal gek op) Ik gebruik meestal de voorgesneden chorizoworst van Hulst.
    • 3 courgettes (nog eentje extra kan ook geen kwaad voor de broodnodige vitamientjes want “vitamientjes zijn je vriendjes”. Deze uitspraak is met trots gestolen van een student tijdens zijn voorlichtingspraatje op één van de open dagen van de uni)
    • 1 pak penne (richtlijn is ongeveer 100 gram per persoon)
    • 1 potje groene pesto (of zelf maken natuurlijk, dat recept geef ik hieronder)
    • 1 bakje (250 gram) champignons
    • 1 ui
    • 1 rode en 1 groene paprika
    • 1 theelepel verse knoflook (verse knoflook uit een potje of natuurlijk zelf twee á drie teentjes knoflook pureren)
    • 1 zakje rucola sla
    • 1 zakje geschaafde kaassnippers (natuurlijk kan je nog wat extra kaas erbij doen om op het bord nog wat los over het gerecht toe te voegen)
  • Snufje peper en zout
  • Beetje kokos- of palmpitolie om te bakken

Dit recept luistert niet zo erg nauw heb ik inmiddels ontdekt dus als je iets extra’s toevoegen is dus geen enkel probleem.

 

Welke materialen zijn handig om bij de hand te hebben?

  • Snijplank
  • Snijmes
  • Eventueel een kaasschaaf (voor als je de courgettes wilt schillen, werkt erg makkelijk)
  • Grote pan om te koken
  • Wokpan (zelf gebruik ik vaak nog een extra wok- of koekenpan om de chorizo in te bakken zodat ik die tussendoor niet meer hoef schoon te maken)
  • Spatels

En dan natuurlijk …. hoe maak je het eigenlijk klaar?

Ik beschrijf het kookproces in de volgorde waarin ik het gerecht zelf klaarmaak, waarbij ik tussendoor natuurlijk niet sta te niksen maar bijvoorbeeld tijdens het koken van de pasta alvast begin met snijden.

afslankreceptenbijbel

Boter of olie?

Eerst nog even een tip voordat je daadwerkelijk begint: ga je olie of boter gebruiken om te wokken?

Boter bevat meer verzadigde vetten dan olie. Verzadigde vetten vergroten de kans op hart- en vaatziekten en dat willen we natuurlijk niet. Olie bevat meer onverzadigde vetten en is in principe dus gezonder. In principe, dus helaas niet iedere olie. In sommige oliën zoals zonnebloemolie en maisolie zit linolzuur. Dit is een veel voorkomend meervoudig onverzadigd vet, gezond zou je dus op het eerste gezicht zeggen. Helaas zorgt dit linolzuur ervoor dat in combinatie met zuurstof er gevaarlijke stoffen vrijkomen op hoge temperaturen. Ga je dus wokken in zonnebloemolie of maisolie dan komen er dus giftige stoffen vrij. Hier zal je waarschijnlijk niet direct iets van merken maar het is absoluut niet goed voor je gezondheid. Niet doen dus. Het is beter om kokosolie of palmpitolie te gebruiken om te wokken maar ook om te bakken, te braden en te frituren.

 

Pasta

Breng een ruime pan water aan de kook en kook de pasta zolang als op de verpakking staat vermeld. Ik gebruik vaak penne rigate van Grand Italia, wat geproduceerd wordt in zuid-Italië. De pasta wordt gemaakt van semolina oftewel tarwegries, afkomstig van harde tarwe (grano duro). Door het gebruik van harde tarwe krijg je een stevige pasta die een perfecte ‘al dente’ bite geeft. Daarbij is het een geribbelde penne waardoor het de saus goed vasthoudt. Als de penne gaar is laat het dan even uitlekken in een vergiet. De meningen zijn verdeeld over het afspoelen van pasta met koud water. Het dient om het overtollige zetmeel te verwijderen zodat de pasta niet aan elkaar blijft plakken. Maar dat is dus niet bij ieder merk nodig. Ik doe de penne na het uitlekken terug in een grote pan en doe telkens als ik één van de andere ingrediënten klaar heb, deze er alvast bij in de pastapan.

 

Chorizo

Snijdt de chorizo in plakjes (of koop het voorgesneden, dat scheelt een hoop vette vingers). Ik bak de chorizo eerst apart in een koekenpan om het ergste vet eruit te halen zodat het nog nét iets gezonder is. Vandaar ook mijn extra koekenpan in het overzicht van benodigde materialen. Deze pan is nu zo vet dat schoonmaken wel even een klusje is. De groentes er na de chorizo wokken in dezelfde pan heb ik wel eens geprobeerd maar het vet uit de chorizo raakt dan wat verbrand. Niet echt lekker en gezond dus. De chorizo laat ik vervolgens in een vergiet even uitlekken terwijl ik alvast met de rest begin.

 

Courgettes

De courgettes hoeven niet geschild te worden. De schil kan prima gegeten worden en daarbij is het eigenlijk zonde om te schillen. In de schil zitten namelijk heel veel voedingsstoffen en ook een deel van de smaak gaat anders verloren. Ik snijd alleen de uiteinden van de courgettes eraf en verwijder eventuele lelijke plekken. Daarna nog wel even de courgettes goed afspoelen onder de kraan. Snijdt de courgette in de lengterichting door. Een courgette groeit vaak krom dus draai de courgette op de snijplank tot hij redelijk recht lijkt. Er steekt dan één kant jouw richting op. Je kan hem dan zo doormidden snijden en heb je twee mooie en redelijk gelijke helften. Controleer vervolgens even of er binnenin geen zichtbare vezels en/of zaden zitten. Meestal valt dat wel mee maar is dat wel het geval dan kan je het zachte merg met een lepel er uitscheppen zodat alleen het vruchtvlees overblijft. Lukt dat niet dan kan je deze beide helften nog een keer in de lengterichting doorsnijden. Je hebt dan 4 dunne stroken waar een driehoekig stuk merg uitsteekt aan de binnenzijde wat je makkelijk met een mes weg kunt snijden. Snijdt daarna de courgette in plakken. Als je de courgette nog terug wilt zien in je gerecht zijn halfronde plakken van ongeveer een halve centimeter prima. Om de courgette beetgaar te krijgen hoef je hem maximaal enkele minuten te wokken in een beetje olie. Let op dat je hem niet te lang wokt want dan krijg je snotcourgettes om het maar even heel plastisch uit te drukken. Tip: zet je vuur goed hoog en doe niet te veel tegelijk in de pan (zeker als je voor de vitamientjes er nog een extra courgette bij gedaan hebt). Uit de courgette komt vaak veel vocht vrij en dan gaat het wokken niet zo goed meer.

 

Paprika

Paprika heb je in verschillende varianten en kleuren. Ik heb zelf gekozen voor een rode en groene paprika maar ook een gele kan je prima in dit gerecht verwerken. Proef ze gewoon eens om te kijken wat jij zelf het lekkerste vindt en wat je natuurlijk goed bij het gerecht vindt passen. Even kort de verschillen op een rijtje:

 

  • De minst zoete variant is de groene paprika, deze heeft een licht maar uitgesproken bittertje.
  • De gele paprika zit qua smaak tussen de groene paprika en de rode paprika in. De gele paprika’s hebben een frisse, wat zoete, fruitige smaak.
  • De oranje paprika zit er qua smaak ook tussenin.
  • De rode paprika is de zoetste van de vier paprika’s. Voor bijvoorbeeld soepen of als de zoete smaak van belang is, is deze meer geschikt dan de andere varianten.

 

De paprika’s moeten nog wel eerst gewassen worden. Dit is het makkelijkst om te doen als ze nog niet gesneden zijn en kan gewoon door ze even onder de kraan goed af te spoelen. Daarna kunnen ze in blokjes gesneden worden. Paprika snijden kan op verschillende manieren: je kan hem bijvoorbeeld in vieren in de lengterichting snijden en dan de zaadlijsten eruit verwijderen maar dan springen de pitjes waarschijnlijk alle kanten op. Een andere manier, wat je zelfs met een minder scherp mes kan doen, is om eerst de boven- en onderkant eraf te snijden op het punt waar de bolling begint en dan de paprika aan één kant open te snijden, dus niet halveren, van boven tot onder. Rol de paprika dan voorzichtig open op de snijplank met de glanzende buitenkant naar beneden. Vaak valt de zaadlijst er dan al vanzelf af en anders kan je dat zelf makkelijk doen met een mes dat je plat langs de binnenkant van de paprika haalt. De paprika kan je nu eerst in reepjes snijden en daarna in blokjes. Om de paprika maximaal te benutten kan je de steel uit het afgesneden topje duwen of snijden en dan het topje en de bodem ook nog tot blokjes snijden. Daarna kunnen de blokjes paprika 4 tot 6 minuten gewokt worden in een klein beetje olie. Dan zijn ze nog net een beetje knapperig als het goed is en heb je dus een lekkere ‘bite’.

 

Champignons

Voordat je de champignons gaat bakken moeten ze eerst schoon geborsteld of gespoeld worden. Er zijn speciale champignonborsteltjes te koop waarmee je de aarde en eventuele andere viezigheid makkelijk droog kan wegborstelen. Lukt dat niet, borstel ze dan even kort onder een lopende kraan af. Haal een klein stukje van de onderkant van het steeltje af want dat is vaak hard en ingedroogd. Niet smakelijk dus. De rest van de champignon kan je gewoon gebruiken. Snijdt hem in vieren of in  plakjes. Niet te klein want een champignon bestaat voor een groot deel uit water en slinkt dus flink tijdens het bakken. Snijd je hem in te kleine stukken dan vind je geen champignon meer terug in je gerecht. Ook de champignonstukken bak je in een (heel) klein beetje olie. Gebruik bij voorkeur een koekenpan met een anti-aanbaklaag zodat je niet te veel olie hoeft te gebruiken. Een champignon heeft namelijk de neiging om de olie op te nemen. Bak ze rustig in 6 tot 12 minuten bruin en gaar. Omdat, zoals gezegd, bij het bakken van de champignons vrij veel vocht vrijkomt is het slim om niet te veel tegelijk in de pan te doen. Anders worden ze uiteindelijk namelijk meer gekookt dan gebakken.

 

Ik gebruik tijdens het maken van dit gerecht dan ook vaak meerdere wok- of koekenpannen om meerdere porties groentes tegelijk te kunnen bakken. Dit vanwege het vochtverlies, verschillende baktijden of vetverlies zoals de chorizo. Gelukkig heb ik een vaatwasser!

 

Nog even een leuk weetje: Nederland is kampioen champignons eten! Qua consumptie van verse champignons per persoon zijn we nummer 1 in Europa. 

 

Ui & knoflook

Haal de buitenste papierachtige schil van de ui en de knoflookbol en verwijder eventuele bruine plekken. De ui en knoflook hoeven niet gewassen te worden, zij zijn immers goed beschermd door de buitenste schil.

Je kan de ui in ringen snijden of in kleine blokjes versnipperen (wat ik meestal doe). Gebruik een echt scherp mes, je zal merken dat daardoor je ogen minder beginnen te tranen omdat je minder op de ui drukt maar er echt doorheen snijdt. De teentjes knoflook kan je pletten door met de platte kant van een keukenmes op het teentje te drukken, dan laat de schil gemakkelijk los. Hak de knoflook in hele fijne stukjes en/of pureer het in een knoflookpers. Een andere optie is natuurlijk om verse knoflook uit een potje te gebruiken, dat smaakt ook prima en scheelt weer wat werk.

 

Daarna begin je met het fruiten van de uiensnippers. Maar wat is fruiten nu eigenlijk? Je laat de versnipperde uitjes op laag vuur in een beetje olie gaar sudderen zonder ze te bruinen. Roer regelmatig zodat ze niet bruin worden. De uitjes zijn klaar als ze glazig en goudgeel zijn. Bak de knoflook er op het laatste moment nog even bij. Doe dit vooral niet te lang want knoflook verbrandt zeer snel.

 

Bijna klaar ….

Alle ingrediënten zijn nu voorbereid en kunnen bij de pasta gevoegd worden als je dat nog niet tussentijds hebt gedaan. Roer dan de pesto door de pasta en voeg de (gewassen) rucola sla toe. Niet teveel ineens want dan krijg je één groene sla-klont in je pasta maar per handje vol er doorheen roeren. Tot slot voeg je de kaassnippers toe en roer het geheel op een laag vuur nog even goed door zodat de ingrediënten goed verspreid worden en de kaas nog even smelt.

 

Eventueel nog verder op smaak maken met wat peper en zout, doe dat laatste met mate want de chorizo is ook al redelijk zout.

 

Van te voren voorbereiden

Dit gerecht is prima van tevoren klaar te maken. Ik doe dan alleen de rucola en de kaassnippers er nog niet bij, die voeg ik pas op het laatst toe zodat het geheel nog nét iets frisser is.

 

Uiteraard kun je bij deze heerlijke pasta een lekkere witte wijn drinken en je in Italië wanen. Ga voor een uitgebreide keuze naar wijny.nl door op bovenstaande afbeelding te klikken.

Groene pesto om zelf te maken

Notenallergie
Eerder had ik je nog een recept beloofd om de groene pesto zelf te maken. Ook al ben ik fan van makkelijk en zijn de kant en klare potjes pesto best smakelijk, toch maak ik het meestal zelf en dat is eigenlijk verrassend makkelijk. Het probleem met kant en klare pesto is voor ons dat er meestal cashew noten in zijn verwerkt. Dit is echter een goedkope oplossing voor het gebruik van pijnboompitten die er van origine in horen te zitten volgens een gediplomeerde kok. Aangezien onze oudste ernstig allergisch is voor alle noten zijn de kant en klare potjes dus geen optie. Ik heb er nog wel eens naar gezocht bij de supermarkt en daar bleek de verse groene pesto de enige zonder noten zijn. Ik blij! Helaas was bij een volgend bezoek deze pesto al niet meer in het assortiment. Wél hadden ze veertien! verschillende soorten pesto maar állemaal met cashew noten. De enige pesto zonder noten maar met pijnboompitten en basilicum die ik gevonden heb is een biologische pesto van de Albert Heijn, die is helaas alleen niet bij ons in de buurt. Dus dan maar zelf maken.

 

Recept

Het belangrijkste voor de basis van een echte Italiaanse groene pesto is verse basilicum en pijnboompitjes en natuurlijk Parmezaanse kaas.

 

 

Ingrediënten:

  • 1 flinke bos verse basilicum, 35 – 50 gr verse basilicumblaadjes
  • 50 gr Parmezaanse kaas
  • 35 gr pijnboompitjes
  • 4 eetlepels olijfolie
  • 2 tenen knoflook
  • Snufje zout en peper
  • Paar druppels citroensap

 

Benodigdheden:

  • Staafmixer, blender met bakje of keukenmachine
  • Koekenpan
  • Spatel

 

Bereiding:

In ongeveer 15 minuten maak je zelf de heerlijkste groene pesto. Gebruik een koekenpan zonder olie en rooster de pijnboompitjes snel goudbruin. Als je ze roostert voordat je ze fijn maalt krijg je namelijk veel meer smaak in de pesto. Blijf ze wel regelmatig omscheppen zodat ze niet verbranden. Pluk de blaadjes van de basilicumplant totdat je ongeveer 40 gram hebt. Snijdt de knoflooktenen in grove stukken.

Stop de basilicumblaadjes, de pijnboompitjes, de Parmezaanse kaas en de stukjes knoflook in de keukenmachine of in een bakje voor de blender of staafmixer. 

Voeg een beetje peper en zout toe, een paar druppels citroensap en natuurlijk de olijfolie. Ik gebruik altijd in eerste instantie 3 eetlepels olie, vind ik het mengsel na het pureren nog te dik dan voeg ik nog wat extra olijfolie toe. De eventueel overgebleven olie bewaar je nog even. En voilà, een overheerlijke zelfgemaakte pesto.

 

Hou je nog wat pesto over en wil je dat langer bewaren? Schep dan dit over in een schone pot en giet hier nog wat olijfolie op zodat het pestomengsel geheel bedekt is. Goed afsluiten en wegzetten in de koelkast.

 

Kookbeurt mét een makkelijk toetje

Als ik vraag of onze jongste nog weer een bak chorizo pasta mee wil naar zijn studentenhuis lichten zijn ogen gelijk op. Ik maak het dan ’s middags zodat het al flink afgekoeld is als hij ’s avonds op de trein stapt. Anders moet de bak toch een beetje open blijven en ruikt de hele coupé naar chorizo en krijgt iedereen honger. De rucola en kaassnippers gaan in een koeltas mee zodat hij de volgende dag het gerecht alleen hoeft op te warmen en de laatste 2 ingrediënten hoeft toe te voegen. Als verrassing heb ik deze keer in de koeltas nog wat ingrediënten gestopt voor een super makkelijk én erg lekker toetje: een Bountypakketje.

 

Wat heb je daarvoor nodig? Een oven en per persoon:

  • een velletje bladerdeeg
  • een stukje Bounty
  • een beetje eigeel
  • eventueel een beetje rum 

 

Het is, zoals gezegd, erg simpel om te maken. Je laat de benodigde vellen bladerdeeg ontdooien, dit is redelijk snel klaar. Je neemt een velletje bladerdeeg en legt daarop een stukje Bounty. Sprenkel daar eventueel naar smaak een beetje rum overheen en vouw het velletje bladerdeeg in een driehoek dicht met wat eigeel. Daarna bak je het af in de oven zoals vermeld staat op de verpakking van het bladerdeeg. De Bounty smelt dan in het knapperig wordende bladerdeeg en je hebt zo een heerlijk toetje. Er is nauwelijks voorbereidingstijd en het neemt slechts 15 minuten baktijd. Echter, het is wel een erg machtig toetje. Zelf zou ik het niet zo snel als nagerecht plannen na de chorizo-pasta maar voor de studenten is dit geen probleem.

De kookbeurt van onze jongste is weer geregeld voor deze week. En nu maar hopen dat één van zijn huisgenoten na deze best wel voedzame maaltijd nog voldoende puf heeft om de keuken een goede beurt te geven. 😊

Marjan Tool

corona-test

Coronavirus, hoe kwamen we eraan, hoe komen we ervan af?

Sinds begin 2020 is de wereld in de greep van het Coronavirus. Over de gehele planeet worden stevige maatregelen getroffen om besmettingen tegen te gaan, maar toch blijft het virus zich verspreiden en belanden mensen met ernstige klachten in ziekenhuizen of, erger, overlijden.

Wat is Corona precies?

Corona, of COVID-19 wordt veroorzaakt door SARS-CoV-2 wat een Coronavirus is. Coronavirussen hebben gewoonlijk een dierlijke gastheer maar het is niet de eerste keer dat een dergelijk virus toch bij een mens terecht is gekomen. De meeste Coronavirussen veroorzaken slechts een milde verkoudheid.

Helaas zijn er ook Coronavirussen die bij mensen wél ernstige klachten veroorzaken. Eerder veroorzaakten SARS en MERS een flinke uitbraken. Bij SARS bleef de uitbraak beperkt tot China, MERS wist meerdere landen te bereiken. Toch waren ze beide niet zo ernstig als COVID-19.

Er zijn meerdere theorieën in omloop over hoe het virus bij de mens is terecht gekomen. Een markt in Wuhan, waar ,dieren verhandeld werden, werd als meest logische plek aangewezen. Toch zijn daar twijfels over gerezen. Tot op heden is het niet zeker hoe de eerste besmetting tot stand is gekomen.

De naam Corona komt van de vorm van het virus. Onder een elektronenmicroscoop is te zien dat dit virus een aparte vorm heeft. Het heeft uitsteeksels met aan het einde bolletjes. Met wat fantasie lijkt dit op een kroon. De Latijnse naam voor kroon is ‘corona’, en hier is het virus naar vernoemd.

Verspreiding

In december 2019 werd in Wuhan in China aan de bel getrokken wegens een serie ernstige, onverklaarbare longontstekingen. In januari 2020 werd het virus geïdentificeerd. Inmiddels was het virus op wereldreis, eerst in de omgeving van China, daarna ook in andere werelddelen.

Op 27 februari werd de eerste officiële Coronabesmetting in Nederland geregistreerd. Vanaf dat moment ging het rap en de maatregelen werden steeds verder aangescherpt. Er was nog weinig kennis over het nieuwe virus wat de situatie er niet eenvoudiger op maakte.

De symptomen

Wanneer mensen besmet raken met het Coronavirus kunnen er verschillende symptomen optreden. De meest voorkomende zijn (droge) hoest, koorts en vermoeidheid. Daarnaast wordt keelpijn, hoofdpijn, diarree, en verminderd reuk- of smaakvermogen genoemd.

Ernstigere symptomen zijn kortademigheid of ademhalingsproblemen, soms gepaard gaande met druk of pijn of de borst. Wanneer deze ernstige symptomen te gevaarlijk worden om thuis uit te zieken, kan er een ziekenhuisopname volgen.

De meeste mensen krijgen de ‘milde’ variant van de ziekte. Zeker jongere, gezonde, mensen hebben over het algemeen geen heel ernstige klachten. Ook het totaal ontbreken van symptomen komt voor. Hierdoor weten mensen soms niet dat ze besmet zijn, en kunnen zo ongemerkt anderen besmetten.

Testen

Om te zorgen dat mensen veilig kunnen blijven werken, naar school gaan, op bezoek gaan bij kwetsbare personen, wordt er inmiddels uitgebreid getest bij symptomen, of wanneer iemand in contact is geweest met een besmet persoon.

Welke testen zijn er?

Iedereen zal inmiddels gehoord hebben van de PCR-test. Deze test wordt meestal gebruikt door de GGD op de verschillende testlocaties. Bij deze test wordt slijm uit neus en keel gehaald met een wattenstaafje. Deze swab wordt vervolgens onderzocht in een laboratorium.

Naast de PCR-test zijn er ook verschillende sneltesten die, de naam zegt het al, sneller een uitslag geven. Als eerste zijn er de moleculaire sneltesten die, net als de PCR-test, genetisch materiaal van het coronavirus kunnen aantonen. Een voorbeeld hiervan is de LAMP-test.

Innovatieve sneltesten gebruiken nieuwe methodes, denk hierbij aan een ademtest waarbij de uitgeademde lucht wordt geanalyseerd. Voorbeelden van dit soort testen zijn SpiroNose, Breathomix en e-Nose. De LAMP-test en de SpiroNose worden ook door de GGD gebruikt.

Antigeen sneltesten detecteren antigenen, eiwitten, van het Coronavirus. Deze testen worden niet aangeboden door de GGD maar wel door enkele commerciële bureaus. De huidige visie is dat deze testen net iets minder betrouwbaar zijn dan de PCR-testen.

Antigeen sneltesten zijn minder gevoelig dan PCR-testen. Ze zijn ontworpen om antigenen in keel- of neusslijm te detecteren. Antigenen zijn de eiwitten van een virus die zorgen voor het opwekken van een afweerreactie van het lichaam.

Op het hoogtepunt van een besmetting, wanneer er dus veel antigenen te vinden zijn, werkt deze test goed. In het voorstadium, of aan het einde van een besmetting, kan het zo zijn dat de test een negatieve uitslag geeft terwijl de geteste persoon nog steeds besmettelijk is voor anderen.

Er zijn ook testen die gebruikt worden om in kaart te brengen hoeveel afweer mensen hebben tegen het Coronavirus. Dit zijn de serologische testen. Deze testen kunnen aantonen of iemand het virus al gehad heeft door te bepalen of het bloed van een persoon antistoffen bevat.

Een nieuw soort test is de blaastest, of ademtest. De persoon die getest wordt blaast, net als bij een alcoholcontrole, in een apparaat dat vervolgens bekijkt of er een bepaald soort moleculen aanwezig zijn. Na een positieve ademtest wordt nog wel een aanvullende andere test gedaan ter bevestiging.

De reden om toch een ademtest te doen is omdat een ademtest secuur genoeg is om een Coronabesmetting uit te sluiten. Het echt aantonen van een besmetting kan alleen gedaan worden met een PCR- of LAMP-test. Telefonisch een coronatest aanvragen kan via coronatest-aanvragen.nl.

Ontwikkelingen

Toen bleek dat het Coronavirus een pandemie veroorzaakte begon de wereldwijde race om het vaccin. Inmiddels zijn er meerdere vaccins ontwikkeld in verschillende landen en werelddelen. Het land dat als eerste een Corona vaccin registreerde was Rusland.

De Russen hadden flink haast gemaakt met het nieuwe vaccin. Voor het testen werden militairen ingezet. Het vaccin kreeg de naam Spoetnik V. Spoetnik I was een Russische kunstmaan (de eerste satelliet) die in 1957 in een baan rond de aarde werd gebracht. Een symbolische naam dus.

Niet ieder land maakt gebruik van dezelfde vaccins en de meeste landen kopen meerdere soorten in. De vaccins worden voor goedkeuring door onder andere het Europees Medicijn Agentschap en landelijke controlerende partijen bekeken. Ze bekijken onder andere de testdata van de fabrikanten.

De UK maakte gebruik van haar ‘Brexit’ en keurde als eerste westerse land het Pfizer vaccin goed. Zij begonnen in december 2020 al meteen voortvarend te vaccineren. Ook AstraZeneca werd daar vlot goedgekeurd.

Van de landen in de EU waren Duitsland, Slowakije en Hongarije eind december 2020 de eerste landen die begonnen met de vaccinaties. Andere landen volgden als snel. Nederland liep wat achter en hier werd de eerste prik gezet op 6 januari 2021.

In Nederland wordt gevaccineerd met verschillende soorten vaccins. De vaccins zijn in te delen in twee groepen, namelijk de ‘traditionele vaccins’ en de mRNA vaccins. Mensen in Nederland kunnen niet zelf kiezen welk vaccin ze krijgen, er is een keuze gemaakt gebaseerd op meerdere factoren.

Er zijn vier vaccins goedgekeurd voor gebruik, het gaat om BioNTech/Pfizer, Moderna, AstraZeneca en Janssen. De eerste twee zijn mRNA, de laatste twee zijn ‘traditionele’ vaccins die op een soortgelijke wijze als de jaarlijkse griepprikken werken.

Op basis van adviezen, ook uit het buitenland, is ervoor gekozen om de meest kwetsbare groepen mensen te vaccineren met BioNTeck/Pfizer. De overige groepen krijgen in principe AstraZeneca of het Janssen vaccin tenzij er nog andere, nieuwe vaccins op de markt komen die ook ingezet worden.

Vaccins zijn er op gericht om uw lichaam aan te zetten tot het maken van antistoffen. Dit kan alleen als het in aanraking komt met (een deel) van het virus. Bij nieuw contact herkent uw lichaam het virus en reageert door nieuwe antistoffen te produceren waardoor u niet meer ziek wordt.

De mRNA vaccins

Het mRNA vaccin van BioNTeck/Pfizer brengt via minuscule vetbolletjes een klein stukje genetische code van het Coronavirus binnen in het lichaam. Een ander woord voor genetische code is mRNA. Hierop wordt een bij het Coronavirus behorend eiwit geproduceerd, het spike- eiwit.

Op het moment dat uw lichaam dit eiwit registreert begint het onmiddellijk antistoffen aan te maken. Uit testen blijkt dat deze vaccinatie een 95% beschermingsgraad heeft. Om dit percentage te bereiken zijn er van dit vaccin twee prikken nodig.

Het mRNA vaccin van Moderna werkt op soortgelijke wijze als Pfizer, de beschermingsgraad is vergelijkbaar en ook van dit vaccin ontvangt u twee prikken. Het grootste verschil is dat Moderna ‘gewoon’ in de koelkast bewaard kan worden en dus handiger te distribueren is.

De ‘traditionele’ vaccins

Het AstraZeneca vaccin is een vectorvaccin waarbij gebruik gemaakt wordt van een adenovirus. Een adenovirus is een niet schadelijk verkoudheidsvirus. Aan dit virus wordt een heel klein stukje genetische code van het coronavirus toegevoegd en het is dan drager van het spike-eiwit van Corona.

Op dat moment heet het adenovirus met spike-eiwit een vector. De vector kan u niet ziek maken of zichzelf vermenigvuldigen maar geeft wel het signaal aan uw afweersysteem om antistoffen aan te maken.

De beschermingsgraad van het AstraZeneca vaccin is iets lager dan dat van Pfizer of Moderna. Het ligt rond de 60%. Ook van dit vaccin heeft u twee prikken nodig om het percentage van de beschermingsgraad te bereiken.

Het Janssen vaccin werkt op dezelfde wijze als het AstraZeneca vaccin. De beschermingsgraad van dit vaccin is 67%. Het voordeel hier is dat u maar één keer een prik hoeft te halen.

Wanneer geen vaccin?

Omdat de gehele wereld met smart zat te wachten op de vaccins zijn ze getest op de doelgroepen die het meest voor de hand liggen. Er zijn echter nog niet voldoende testresultaten beschikbaar om te zeggen dat de vaccins voor iedereen helemaal veilig zijn.

Zwangere vrouwen en kinderen komen voorlopig niet in aanmerking voor vaccins om dat er onvoldoende informatie beschikbaar is. Sommige landen vaccineren jongeren van boven de zestien jaar, in Nederland is gekozen voor een ondergrens van achttien jaar.

Mutaties

Net als andere virussen heeft het Coronavirus de capaciteit tot muteren. De genetische code van een virus verandert zodra het virus muteert. Een virus is geen levend, denkend wezen, maar slechts een mini stukje genetisch materiaal met proteïnen (eiwitten) eromheen.

Virussen kunnen niet ‘op zichzelf’ leven, ze hebben gastcellen nodig. Een virus infiltreert als het ware gezonde cellen en steelt daar hun functie. Ons lichaam is hier niet blij mee natuurlijk en gaat meteen in de verdediging door antistoffen te maken om het virus te verslaan.

Zodra dat gelukt is blijft de strategie (de antistoffen dus) in het geheugen hangen voor gebruik op een later tijdsstip. Om bestaansrecht te hebben moeten virussen dus zoveel mogelijk besmettingen voor elkaar krijgen. Daarvoor heeft het een aantal eigenschappen nodig.

Eén van die eigenschappen is dat het zich zo snel mogelijk moet kunnen vermenigvuldigen, en bij iedere verandering kan het virus muteren met als doel zo veel en effectief mogelijk, zo veel mogelijk mensen besmetten. De winnende variant is de mutatie die dit het beste doet.

Dat zien we bijvoorbeeld bij de Britse variant. Deze mutatie kan zich, door een verandering in het spike-eiwit, plots een stuk beter hechten aan de menselijke cellen. Daardoor is deze variant veel besmettelijker dan het originele coronavirus.

De vaccins die nu in Nederland gegeven worden zijn in principe geschikt om te beschermen tegen de bekende mutaties. De fabrikanten houden een oogje in het zeil voor het geval er weer een nieuwe variant van het virus komt. Zij passen zo nodig hun vaccins weer aan op de nieuwe situatie.

Bijwerkingen

Vaccins kunnen bijwerkingen veroorzaken die bij de één sterker aanwezig zullen zijn dan bij de ander. Meestal gaat het om hoofdpijn, spierpijn, pijn op de plek van de prik of misselijkheid. Ook koorts kan voorkomen. Ernstige bijwerkingen zijn zeldzaam en dienen altijd gemeld te worden bij een arts.

De toekomst

Natuurlijk hoopt iedereen dat met de komst van de vaccins, en de vaart die landen zetten achter de vaccinaties, het Coronatijdperk snel afgelopen is. De anderhalve meter maatschappij begint wat scheurtjes te vertonen en mensen op te breken. Vooral bedrijven en (sport)verenigingen hebben het financieel steeds zwaarder. SponsorKliks zou hier trouwens mee kunnen helpen.

Het goede nieuws is dat hoe meer mensen gevaccineerd zijn, hoe minder mensen ziek worden en elkaar besmetten. Toch zijn we nog niet helemaal van alles af, ook niet met alle vaccinaties. Onderzoeken suggereren dat ook gevaccineerden het virus nog ongemerkt kunnen overdragen.

Toch zal er langzaamaan een dalende trend in de besmettingen komen, het Coronavirus zal minder voedingsbodem hebben om zich te vermeerderen, en zal uiteindelijk geen groot gevaar voor de volksgezondheid meer opleveren. Wie kijk daar nou niet naar uit!

De mogelijkheden van sponsoring en donaties

Op het gebied van sponsoring en schenken aan goede doelen bestaat een breed scala aan mogelijkheden om vrijwillig geld of middelen ter beschikking te stellen, ter ontplooiing van initiatieven voor het publieke welzijn. Schenkingen met een maatschappelijke doelstelling, met of zonder de verwachting van een tegenprestatie. Deze verschillende vormen van sociale betrokkenheid kunnen op allerlei terreinen worden ingezet, zowel lokaal, nationaal als internationaal, in diverse sectoren van cultuur, zorg, sport en onderwijs.

 

Een onmisbaar fenomeen

Schenkingen en sponsoring zijn zowel voor de goededoelen-organisaties als de sponsors een onmisbaar fenomeen in de samenleving geworden. Met name het ondersteunen van bepaalde maatschappelijke initiatieven in ruil voor reclame en/of een beter imago, betekent een win-win situatie voor beide partijen.

Maar zelfs zonder tegenprestatie kan sponseren of schenken aan goede doelen bedrijven veel opleveren. Niet alleen de wetenschap daarmee onderdeel te zijn van een betere wereld, maar daarnaast levert het elan van solidariteit en betrokkenheid vaak een verbeterd imago op voor betrokken organisaties. Sponsoring geeft een merk een boost, doordat het als toegankelijker en sympathieker wordt beoordeeld. Uiteraard heeft elke vorm van schenken zijn eigen regels en voorwaarden, die wij hieronder voor u op een rijtje hebben gezet.

 

Sponsoring

Sponsoring geldt als onderdeel van de marketingcommunicatie-instrumenten, een vorm van financiering die in het huidige zakenleven niet meer weg te denken is. Sponsoring, waarbij een particulier of organisatie als geldschieter fungeert om maatschappelijke initiatieven mogelijk te maken, is een zakelijke investering in ruil voor promotie.

Veel sport- en culturele evenementen, zoals concerten, tentoonstellingen en festivals kunnen immers vaak alleen gerealiseerd worden door de participatie van sponsors, die daarmee een tweeledig doel dienen: door het steunen van sociale, vaak breed gedragen initiatieven, genereert de sponsor exposure (zichtbaarheid) voor het bedrijf of merk. Hoe meer publiciteit, hoe meer mensen van de doelgroep worden bereikt, en hoe doeltreffender de sponsoring is.

Daarmee wordt positieve aandacht gecreëerd, wat de sponsor een positieve input op het imago van de organisatie oplevert. Een win-win situatie voor beide partijen dus. Zonder tegenprestatie is er sprake van een donatie.

 

Diverse soorten sponsering

Er zijn verschillende soorten sponsoring te onderscheiden, zoals kunst- en cultuursponsoring, sponsering van entertainment, evenementen, media of programma’s of wetenschappelijke sponsoring. De meest voorkomende vorm van sponsering is echter de sportsponsering, doordat het vanwege de grote publieke belangstelling steeds meer als een belangrijk communicatiemedium wordt gezien. Daarbij worden vaak bekende sporticonen ingezet om producten te promoten.

Naast de verschillende soorten zijn er ook diverse vormen te onderscheiden. Zo is de meest voorkomende vorm van sponsoring nog altijd geldelijke steun in ruil voor reclame en exposure (zoals naamsvermelding op website of sport- en werktenue.) Maar er zijn ook andere mogelijkheden denkbaar, zoals bijvoorbeeld sponsoring in natura, waarbij materialen, producten of voeding worden verstrekt.

 

Stijgende cijfers in de sportsponsering

De groei die de sportsponsering doormaakt, vertolkt zich in alsmaar stijgende cijfers. Van een totaalbedrag van ruim 400 miljoen gulden in 1990 steeg dit bedrag naar ca. 760 miljoen euro in 2019, aldus publicaties in de SponsorMonitor.

Daarmee liep de groei in Nederland parallel aan de wereldwijde stijging in sportsponsoring, die volgens recent onderzoek inmiddels ca. $ 48 miljard bedraagt. En met een marktaandeel van bijna 60% is sportsponsoring het terrein waar veruit de meeste sponsorgelden in om gaan.

Daarbij is ook de verscheidenheid in sponsoren toegenomen: voor een steeds bredere groep van organisaties lijkt sponsoring een lucratief communicatiemiddel te zijn, met name door de opmerkelijke verhalen van sporters.

 

Sponsoren, een slimme beslissing?

Voor u besluit een evenement te gaan sponsoren, bepaalt u eerst waaróm u wilt sponsoren, en wat u ermee wilt bereiken. Wat levert het op en wat zijn de fiscale voordelen? Uiteraard spelen die commerciële overwegingen mee, maar ook het tonen van maatschappelijke betrokkenheid is een goede motivator om lokale of goede doelen te sponsoren.

Niet alleen voor grote organisaties, sponsoring kan ook op kleine schaal plaatsvinden, er zijn genoeg kleine of grotere lokale initiatieven. Denk aan advertenties of bedrijfslogo in een programmaboekje, of uw bedrijfsnaam in social media of in een lokale krant. Reclame-uitingen die voor extra zichtbaarheid zorgen.

Met sponsoring werkt u aan het vergroten van naam- of merkbekendheid, het leggen van contacten met relaties en het genereren van een stukje extra omzet. Daarnaast is het ook fiscaal aantrekkelijk. Zakelijke sponsoring, in ruil voor publiciteit, is 100% aftrekbaar.

 

Donaties

Een andere vorm van sponsoring in sociale en culturele projecten zijn donaties. Schenkingen. Geld geven zonder de verwachting van een tegenprestatie. Een populaire vorm van doneren is geld geven in relatie tot het leveren van een sportieve prestatie.

Zo hebben zowel de sporter én de geldgever het gevoel de wereld iets beter te maken door iets terug te geven aan de samenleving. Maar dat kan in allerlei vormen. Zo geven veel mensen graag iets voor een goed doel, door geld in de collectebus te gooien of een bedrag over te maken bij een actie op de televisie.

Anderen kiezen een speciaal doel, zoals Kika of het Kankerfonds en steunen dat op een structurele basis, via een donatie, een overschrijving per bank, of een (telefonische) machtiging. Daarnaast is het mogelijk gericht aan een specifiek project te doneren. Banken en goede doelen-organisaties hebben heldere afspraken gemaakt over het betalingsverkeer, om donateurs niet onnodig te hinderen bij het financieel steunen van een goed doel.

 

Collecte

Ook een collecte is een manier om goede doelen te steunen. Een geldinzamelingsactie voor een van de tientallen organisaties, waarvoor vrijwilligers met een collectebus geld inzamelen. Want geld in een collectebus doen is een persoonlijke en populaire manier om geld te geven.

Met name door de anonimiteit, de snelheid en de eenvoud van de gift én doordat het een incidenteel karakter heeft. Daarbij is cash geld nog steeds onmisbaar, al is dit, mede uit veiligheidsoverwegingen, de laatste jaren minder in trek. Daardoor is contactloos betalen met bankpas of mobiele telefoon steeds meer in opkomst.

Want pinnen is een makkelijke, anonieme én veilige manier van geven in de collectebus. Tezamen halen de grote bekende goede doelen jaarlijks met collectes zo’n 35 miljoen euro op. Om oplichterij te voorkomen is voor een collecte echter wel een vergunning vereist van de gemeente.

 

Goede doelen

De meeste goede doelen-organisaties zijn ingeschreven als stichting, een wettelijke structuur voor organisaties zonder winstbejag. Het exacte aantal goede doelen-organisaties in Nederland is niet bekend, maar volgens de VFI (Vereniging van Fondsenwervende Instellingen) zijn er bij de fiscus ca. 18.000 instellingen geregistreerd. Deze hanteren verschillende vormen van fondsenwerving, tegenwoordig vaak geleid door een professioneel opgezette organisatie.

De meest gebruikte geldinzamelacties zijn:
• Reclame maken voor het binnenhalen van giften
• Het grootschalig versturen van mail- of postberichten met verzoeken om geld
• Collectes
• Telefonische of huis-aan-huis werving van periodieke donateurs:
• Loterijen
• Verkopen ten bate van het goede doel, zoals kinderpostzegels
• Internetadvertenties, reclamebanners en online-collectes
• Legaten of schenkingen via een erfenis
• Subsidie of sponsorgelden

 

Filantropie

Filantropie, een woord dat vooral geassocieerd wordt met naastenliefde en het vergroten van de levenskwaliteit van mensen. Filantropie komt neer op het mogelijk maken van initiatieven voor het publieke welzijn, en het verbeteren van de levensomstandigheden van anderen.

Oftewel: het vrijwillig ter beschikking stellen van geld, goederen en tijd, om goede doelen te steunen. Geven aan goede doelen. Met uw vermogen een positief verschil maken in het welzijn van anderen is een prachtig initiatief. Maar als u zich wilt inzetten voor het maatschappelijk doel, is verstandig om eerst voor uzelf te bepalen wat u met uw gift wilt bereiken. Waarom en wat wilt u schenken en aan wie? In zo’n geval kan een donatieplan uitkomst bieden.

Het kan u helpen meer voldoening uit uw schenkingen te halen én tegelijk meer resultaat te boeken. Bovendien wordt daarin duidelijk wat de voor- en nadelen zijn van de verschillende vormen van schenken, en wat de fiscale consequenties daarvan zijn.

 

Een positief verschil maken

Door als particulier geld te schenken aan goede doelen, zorgt u niet alleen voor een betere wereld, maar u helpt bovendien de economie aan de praat te houden. Een broodnodige voorwaarde voor economische groei, zeker nu, in tijden van pandemie. Gelukkig heeft Nederland de beschikking over geld dat buiten de overheid om gaat, gelden met een maatschappelijk doel, dat bijeengebracht wordt door bedrijven en particulieren.

Nu de markt het zwaar heeft vanwege de lockdown, kijken we naar de overheid. Maar er is meer nodig. Gelukkig worden er ook filantropische initiatieven ontplooid om geld op te halen. Want dat is Nederland! Ons land is met een grote sector filantropie rijk aan organisaties die geld werven, en een groeiend aantal vermogensfondsen en charitatieve instellingen.

Als het gaat om internationale ranking van gulle gevers en vrijwilligerswerk, staat Nederland nog altijd aan de top. Zo worden voedselbanken gesteund door diverse goede doelen zoals het Oranjefonds en het Rode Kruis. Al die fondsen tezamen zorgen ervoor dat Nederland oog blijft hebben voor de mens en het publieke welzijn. Om niet verloren te laten gaan wat met zoveel zorg is opgebouwd.

hondentraining

De perfecte leerling: welke training heeft mijn hond nodig?

(zie lijst onderaan dit artikel voor de verschillende trainingen per hondenras)

INHOUD

Positieve bekrachtiging
Training met elektronische halsband
Alpha-training
Welke techniek gebruiken bij krachtige honden?
7 soorten gespecialiseerde hondentraining
1. Gehoorzaamheidstraining (Puppytraining)
2. Behendigheidstraining
3. Gedragstraining
4. Therapietraining
5. Speuren
6. Beschermingstraining
7. Servicetraining
Voordat je voor gespecialiseerde hondentraining kiest

Er zijn basisvaardigheden die elke hond nodig heeft voor zijn eigen veiligheid en welzijn, zoals het leren van commando’s. Sommige honden krijgen echter aanvullende training op basis van hun ras, de door hun baasjes gewenste vaardigheden of om een ​​hond uitgedaagd te houden.

Sommige honden hebben ook een baan, waardoor ze gespecialiseerde hondentraining nodig hebben. Maar laten we beginnen met de
basis (aan het einde gaan we in op gespecialiseerde hondentraining).

Verschillende soorten basis hondentraining 

Om te bepalen welke individuele trainingsstijl fundamenteel voor je is, is het belangrijk om jezelf de vraag te stellen hoe je je hond wilt Hondentraining labradoodle belonen en corrigeren.

Net zoals bij de verscheidenheid aan opvoedingsstijlen met kinderen, zijn er nogal wat hondentrainingmethoden die worden gebruikt door hondenbezitters en trainers.

Het is belangrijk om ruimdenkend te blijven, zelfs als je denkt de beste trainingsstijl voor jou en je hond te hebben bedacht.

Hieronder vind je de meest voorkomende soorten hondentraining die trainers toepassen.

  • Positieve bekrachtiging

Positieve bekrachtiging is een techniek die door veel hondentrainers wordt gebruikt. Het berust uitsluitend op het belonen van goed en gewenst gedrag en het omleiden van slecht gedrag.

Er is geen enkele vorm van harde bestraffing en in plaats van je hond te corrigeren, gaan sommige trainers zelfs zo ver dat ze alleen vertrouwen op doorverwijzing.

Je traint je hond door middel van positieve bekrachtiging door gewenst gedrag altijd te belonen met snoepjes, speelgoed, tijd met huisdieren of complimenten.

Dit is een geweldige manier om eenvoudige commando’s te leren door voortdurend oefeningen te herhalen en je hond ervoor te belonen met iets waar hij/zij gek op is.

Gebruik alleen kleine traktaties en verminder de hoeveelheid na verloop van tijd, zodat je hond er niet afhankelijk van wordt.

Beagle HandboekWanneer je hond slecht gedrag vertoont, zal je hem/haar “straffen” door je hond je aandacht, snoepjes of speelgoed een tijdje te onthouden.

Zelfs met problemen als puppybijten, is er geen fysieke of vocale correctie nodig als je 100% traint met positieve bekrachtiging.

In werkelijkheid zullen de meeste trainers en eigenaren positieve bekrachtiging gebruiken met af en toe een stevige stem en correctie.

Je moet extreem consistent zijn met deze training, omdat slecht gedrag gemakkelijk uit de hand kan lopen. Als je hond naar vreemden toe trekt en je laat vreemden hem/haar aaien, zal dit ertoe leiden dat je hond leert dat hij door te trekken kan doen wat hij wil.

Iedereen in je huis moet zich aan de regels houden. Als je kind de hond op het bed in zijn kamer laat liggen, terwijl jij dat niet tolereert, zal dit je voortgang vertragen.

Deze techniek kost veel tijd en geduld en wordt vaak gecombineerd met clickertraining. Je hond zal langzaamaan begrijpen wat er van hem wordt verwacht, maar geeft mogelijk een minder grote stimulans om geen slecht gedrag te vertonen.

  1. Training met elektronische halsband

Voor dit soort training gebruiken hondenbezitters e-halsbanden die schokken afgeven door op een knop te klikken. E-halsbanden worden gebruikt om slecht gedrag te bestraffen zodra het zich voordoet.

Deze training kan worden gezien als het tegenovergestelde van puurTraining Golden Retriever positieve training, omdat het afhankelijk is van het opvangen van slecht gedrag om een ​​hond te trainen.

Het probleem met e-halsbanden is dat ze vaak worden misbruikt door onervaren hondenbezitters. Ze hebben de neiging om het schokniveau te hoog op te voeren, wat de gevoelige nek van de hond kan bezeren.

Bovendien hebben ze de neiging om de verkeerde situaties te bestraffen of te belonen.

Veel professionele hondentrainers beweren echter dat ze geweldige resultaten hebben gezien met de e-halsband en dat je deze kunt gebruiken zonder een hond schade toe te brengen.

Maar het is ook belangrijk om te onthouden dat dit slechts een hulpmiddel is – als je een hond niet kunt trainen zonder een e-halsband, moet je er nooit een kopen.

Een elektronische halsband is geen kortere weg naar een goedgetrainde hond. Het is alleen een hulpmiddel dat bepaalde commando’s kan aanscherpen en geen martelwerktuig.

In Nederland zijn sinds 1 juli 2020 gevoelige halsbanden, e-halsbanden en wurgkragen verboden omdat zoveel mensen ze niet kunnen hanteren en het welzijn van hun huisdier in gevaar brengen.

Als je besluit je hond te trainen met een e-halsband, moet hij om te beginnen een basistraining genoten hebben en moet je een betrouwbare en professionele hondentrainer raadplegen over hoe je de halsband kunt gebruiken zonder je hond pijn te doen.

  1. Alpha-training

Alpha-training wordt ook wel dominantie training genoemd. Het gaat erom de hond zijn positie in het peloton te laten zien. Misschien heb je van deze techniek al gehoord toen Ceasar Milan deze echt populair maakte.

Training Border CollieAls alfa- en roedelleider moet je je hond laten zien dat hij zich ondergeschikt moet maken aan deze sociale hiërarchie. Dit omvat methoden zoals eten voordat je hond eet, eerst door een deur gaan en nadien pas je hond of buiten voor je hond wandelen.

Het kan ook inhouden dat u nooit op ooghoogte met uw hond komt, hem dwingt op te staan ​​als hij in de weg zit, en hem niet op meubels zoals de bank of het bed toelaat.

In theorie weerspiegelt deze training het natuurlijke instinct en de wens van een wolf om in zijn roedel te passen. Het gaat erom de lichaamstaal van een hond te leren en dienovereenkomstig te reageren.

Maar net als bij de e-halsbandtraining, overdrijven veel eigenaren. Zelfs als je de wetenschappelijk omstreden roedeltheorie accepteert, schrikt een wolf niet. Alfawolven onderdrukken niet en gebruiken hun rol nooit voor kwaad.

Je wilt niet dat je hond bang voor je is, je wilt dat hij je respecteert. De meeste dominante technieken zijn verouderd en mogen niet meer worden gebruikt.

Welke techniek gebruiken bij krachtige honden?

Veel hondenbezitters denken dat als je een krachtige en grote hond hebt, je moet gaan domineren. Dit is dus niet waar, aangezien de grootte en het ras niet de doorslaggevende trainingsfactor zouden moeten zijn als het gaat om hondentraining.

Of je nu een Rottweiler of Pitbull hebt, wanneer je hond heel zachtaardig is en de meest liefdevolle hond is die je ooit hebt gezien, zal hij nooitHandboek Duitse Herdershond begrijpen waarom hij gedomineerd moet worden, aangezien hij zelf nooit een mens zal domineren.

De enige ‘dominerende’ techniek die je kunt gebruiken, is hem/haar te laten zitten voordat hij/zij de deur uitgaat, om er zeker van te zijn dat je hond rustig begint met lopen.

Als je hond zich slecht gedraagt, kun je hem/haar met een duidelijke “nee” tonen wat niet mag en je hond in plaats daarvan laten zien wat hij/zij wel moet doen.

Wij geloven in het opbouwen van een sterke en gezonde relatie met je hond. Dit is de meest effectieve methode die er is.

Je hond kan jou vertrouwen en jij kunt je hond vertrouwen. Als je wilt dat je hond naar je luistert, begin dan met eerst naar hem te luisteren en ontdek de pijnpunten in je communicatie.

Je hond moet plezier hebben als hij met je werkt en moet zich veilig kunnen voelen als je in de buurt bent.

Je kunt je hond gerust als een familielid zien en je hoeft niet bang te zijn dat hij op een dag zal vechten voor de toppositie, zolang hij goed is getraind. Het draait allemaal om het vinden van de beste techniek voor je unieke situatie, het karakter van je hond en de communicatie tussen jullie beiden.

7 soorten gespecialiseerde hondentraining

Elke hond is gefokt voor een specifiek doel, of dat nu is voor hoeden, werken, gezelschap of andere redenen.

Het ongelooflijke leervermogen van de hond heeft het voor ons mogelijk gemaakt om bepaalde rassen te gebruiken in verschillende soorten gespecialiseerde hondentraining.

Het trainen van uw hond om uit te blinken in een van de volgende vaardigheden kost veel toewijding en tijd, maar het zal uiteindelijk behoorlijk lonend zijn.

Sommige rassen zijn geschikter om verschillende taken uit te voeren, maar het is raadzaam om uw hond op welke manier dan ook op te voeden, aangezien een basistraining gehoorzaamheid een must is voor elk ras.

  1. Gehoorzaamheidstraining (Puppytraining)

Gehoorzaamheidstraining is iets dat elke hond in zijn leven zal krijgen. Basis gehoorzaamheidstraining begint wanneer de hond 8 weken oud is en omvat opdrachten zoals zitten of blijven.

Gehoorzaamheidstraining bij puppy’s moet socialisatie centraal stellen. Tijdens deze periode zal je puppy zoveel mogelijk situaties op eenHandboek Chihuahua positieve manier moeten leren ervaren om zijn zelfvertrouwen te vergroten en hem voor te bereiden op de omgeving, inclusief andere honden, mensen, plaatsen en geluiden. Maar gedragstraining stopt niet op jonge leeftijd.

Aangeleerde commando’s moeten regelmatig worden versterkt en nieuwe trucs moeten worden aangeleerd. Je hond heeft zowel dagelijkse mentale stimulatie als lichaamsbeweging nodig.

Gehoorzaamheidstraining is een geweldige manier om je hond mentaal te vermoeien terwijl je tegelijkertijd een intieme band met hem opbouwt.

Je kunt je hond ook inschrijven voor een trainingsles op een school als je begeleiding wilt tijdens het proces. Wij bevelen je ten zeerste aan om lessen te bezoeken voor socialisatiedoeleinden. Interactie met honden is onmisbaar voor de tevredenheid en het sociale gedrag van je hond.

  1. Behendigheidstraining

Bij behendigheidstraining draait alles om het overwinnen van obstakels, maar het is ook een leuke manier om je hond te stimuleren en te vermoeien als hobby.

De fundamentele behendigheidsobstakels zijn wip-, tunnel-, horde- en weefpalen.

De geleider moet de hond door de hindernissen leiden door alleen zijn/haar stem en lichaamstaal te gebruiken. Het is niet toegestaan ​​om je hond aan te raken of te lokken met iets lekkers.

Met behendigheidstraining moet worden begonnen zodra je hond een jaar oud is, dit om de ontwikkelende gewrichten niet te belasten. De training hangt af van het temperament en de grootte van de hond.

Een timide hond zal meer werk nodig hebben om bepaalde obstakels niet te vrezen, zoals bijvoorbeeld de tunnel. De obstakels moeten worden aangepast aan de grootte van de hond, aangezien gigantische Mastiffs misschien wat langzamer zijn en kleine rassen van bepaalde obstakels kunnen vallen.

Misschien wil je deelnemen aan een behendigheidsklas voor beginners om het zelf uit te proberen en te kijken of je hond geschikt is voor dit soort oefeningen.

  1. Gedragstraining

Complete Labrador HandboekGedragstraining lijkt een beetje op gehoorzaamheidstraining, maar het richt zich vooral op het basisgedrag van honden en het oplossen van ongewenste gedragingen.

Het kan gaan om uitbreken, graven, blaffen, kauwen, bijten, aangelijnde manieren, blijven wanneer er aan de deur wordt gebeld, enz.

Als je echt met gedragsproblemen worstelt, kun je een professionele gedragsdeskundige raadplegen. Er is niets dat niet kan worden opgelost met toegewijde training en begrip.

  1. Therapietraining

Een therapiehond is getraind om comfort en genegenheid te bieden aan mensen in scholen, ziekenhuizen, hospices of andere faciliteiten.

De classificatie van de therapiehond is niet wettelijk beschermd en ze hebben geen speciale privileges zoals een hulphond.

Je hond moet slagen voor een therapie hond test om de certificering te ontvangen. Trainingslessen volgen de certificering en bereiden je hond voor op therapiebezoeken.

De volgende eigenschappen zijn gewenst bij een therapiehond:

  • Goed gesocialiseerd zijn
  • Kalm en zachtaardig zijn
  • Vriendelijk tegenover vreemden zijn
  • Zich goed gedragen
  • Een hoge irritatiedrempel hebben
  • Leiband getraind zijn

Vrijwel elke hond kan een therapiehond zijn, maar de Golden Retriever en Labrador Retriever zijn de meest voorkomende rassen. Over het algemeen kunnen therapiehonden patiënten helpen om fysiek actief te blijven en om hun sociale en communicatieve vaardigheden op te bouwen.

Honden kunnen een glimlach op iemands gezicht toveren, daarom houden we zo van ze en waarderen we hun gezelschap.

  1. Speuren

Speuren (ook bekend onder tracking) is een andere geweldige sport voor honden die gewoon graag snuffelen. Weet je trouwens dat sommige hondenrassen bijzonder goed zijn uitgerust voor geurwerk?

Neem bijvoorbeeld de Bloedhond. Hun grote oren zijn er om geluiden buiten te houden terwijl ze geuren volgen.

Vergeet niet dat iedereen wat licht speurwerk kan doen en dat spelletjes vrij eenvoudig te starten zijn, denk bijvoorbeeld aan verstoppertje.

  1. Beschermingstraining

Beschermingstraining is een soort toegewijde gehoorzaamheidstraining. Niet elke hond is geschikt om te beschermen en te bewaken,Jack Russell training aangezien bepaalde eigenschappen als basis moeten worden gebruikt.

Een beschermhond moet onverschrokken, zelfverzekerd, beheerst en van nature achterdochtig zijn tegenover vreemden.

Rassen zoals de Duitse herder en de Rottweiler zijn het meest geschikt voor deze taak.

Probeer geen beschermingstraining zonder de juiste begeleiding. Beschermrassen hebben een instinct om dit uit zichzelf te doen.

Je hoeft dus geen natuurlijk wantrouwen jegens vreemden aan te moedigen. Je kunt verschillende beschermingstrainingen volgen die hoogstwaarschijnlijk enkele vereisten hebben, zoals basiscommando’s voor gehoorzaamheid, zoals zitten, blijven en hiel.

  1. Servicetraining

De servicetraining is afhankelijk van het type hulphond dat nodig is. De meest voorkomende zijn geleidehonden en diabeteshonden om er maar een paar te noemen.

Hulphonden kunnen privé worden getraind, maar niet iedereen heeft het vermogen en de kennis voor zo’n lange en toegewijde training. Er zijn veel instanties die de honden jarenlang trainen voordat ze ze uitlenen.

Voordat je voor gespecialiseerde hondentraining kiest

  • Elke gespecialiseerde hondentraining moet altijd voortvloeien uit een goed begrip van je eigen hond. Je hond moet zijn capaciteiten in zijn eigen tempo kunnen verkennen om angst of verveling te vermijden. Elke training moet eindigen met een beloning voor de hond, zodat hij uitkijkt naar de volgende sessie.
  • Niet elke hond is geschikt voor dezelfde taak.
  • Het temperament kan sterk variëren binnen een ras of zelfs een nest. Raak niet gefrustreerd als je hond niet aan je verwachtingen kan voldoen, hij doet dat niet om je boos te maken.
  • Geef prioriteit aan het welzijn van je hond boven de training en wacht met activiteiten zoals behendigheid totdat je hond oud genoeg is.

Lijst met verschillende trainingen, handboeken en overige informatie per hondenras:

 

 

 

 

 

 

gitarist worden

Gitaar leren spelen

Misschien droom je ervan de nieuwe Jimi Hendrickx of Eric Clapton te worden of wil je jezelf kunnen begeleiden bij het zingen van (eigen) songs?

Of misschien ben je op zoek naar een nieuwe, spannende uitdaging of wil je eindelijk je kinderdroom in vervulling brengen door een gitaar vast te pakken?

De redenen om gitaar te spelen zijn oneindig. De manieren waarop je dit kan leren echter ook. Er bestaan namelijk verschillende methodes om gitaar te spelen, en daarnaast is het aanbod aan soorten lesmateriaal ook nog eens gigantisch.leren gitaar spelen

Je kan offline les volgen bij een leraar of jezelf online gitaar leren spelen aan de hand van tutorials of apps. Hieronder volgt een overzicht van de verschillende lesmethoden en tools die er zoal bestaan. Dit zal je zeker  helpen je keuze eenvoudiger te maken.

Je doel afstellen

Om te weten welke aanpak je kiest, moet je eerst jezelf de vraag stellen wat je er precies mee wilt bereiken.

Wil je enkele akkoorden leren om liedjes te begeleiden? Wil je heuse gitaarsolo’s leren spelen? Wil je in een bandje spelen of solo? Wil je het eenvoudig houden of wil je misschien ooit naar het conservatorium gaan? Al deze redenen hebben invloed op je keuze.

Hoe leer je gitaar spelen?

Er zijn verschillende methodes om gitaar te leren spelen. Deze methodes kan je ook nog eens met elkaar combineren.

Dit zijn de drie meest courante methodes:

Akkoorden leren spelenhoe leer ik gitaarspelen

Bij deze methode leer je welke greep er bij welk akkoord past. Een akkoord bestaat uit een aantal klanken die samen harmonisch klinken. Afhankelijk van waar je je vingers plaatst, zal je andere akkoorden horen.

Hoewel er maar zeven letters zijn (van A/la tot G/sol), zijn de mogelijkheden oneindig. Je hebt mineur- en majeurakkoorden, je hebt verhogingen en verlagingen (kruisen en mollen), je kan je akkoorden in verschillende liggingen spelen, en je kan elk akkoord variëren door extra spanningstonen toe te voegen.

Met een aantal basisakkoorden kom je echter al heel ver. De meeste liedjes bestaan uit slechts enkele akkoorden, dus eigenlijk kan je met een kleine basis al snel een groot aantal songs spelen.

Noten leren spelen

online gitaar leren spelenOm deze methode te gebruiken moet je eerst noten leren lezen. Daarna leer je waar deze noten precies op gitaar liggen. Deze aanpak wordt in de klassieke muziekscholen gehanteerd. Het spreekt voor zich dat deze aanpak aanvankelijk best traag gaat.

Het vergt veel oefening om de noten te leren lezen en om deze nadien te koppelen aan je gitaar. Op termijn zijn de voordelen echter wel groot: je weet precies waar alle noten liggen en kan (met voldoende oefening) eigenlijk elk muziekstuk spelen waarvan je de partituur hebt.

Gekoppeld aan de notenleer wordt doorgaans ook muziektheorie aangeleerd. Hierdoor leer je welke noten en akkoorden goed bij elkaar passen en welke minder. Dit helpt je om een song mooier te spelen (doordat je de opbouw en spanning goed begrijpt).

Gitaartabs leren spelen

Gitaartabs zijn een visuele weergave van je gitaarspel. Bij een gitaartab zie je zes lijnen. Elke lijn komt overeen met een specifieke snaar van gitaartabs leren spelenje gitaar. Bij een basgitaartab zal je daarom dus maar vier lijnen zien.

Op elke lijn worden dan verschillende cijfers geschreven. Die komen overeen met de ‘vakjes’ in je gitaar. Je gitaarhals wordt namelijk opgesplitst door verschillende frets. Als er een 2 op je gitaartab staat op de A-snaar, moet je je vinger dus aan de tweede fret op deze snaar zetten.

In het begin vergt dit veel telwerk, al gaat dit steeds sneller naarmate je het systeem meer gewoon bent.

Voordelen en nadelen?

Het is niet zo dat als je voor een methode kiest, je geen andere methode meer kan leren. Het is perfect mogelijk om deze te combineren, afhankelijk van het stuk of de stijl die je op dat moment wilt spelen. Elke methode heeft zijn voor- en nadelen.

vrouwelijke gitaristBij akkoorden kan je al heel snel meespelen met verschillende liedjes. Als je een goeie basis hebt, is het ook niet zo moeilijk hier verder op uit te breiden.

Zonder theoretische basis echter, leer je gewoon verschillende grepen uit het hoofd, zonder echt een verband te zien tussen de akkoorden. Als je hier ook de theorie achter leert, en de logica achter de akkoorden snapt, is het veel gemakkelijker om alle nieuwe variaties aan te leren.

Gitaar spelen op basis van noten is een werk van lange adem. Eerst moet je de noten leren, dan pas leer je deze noten spelen op gitaar. Als je erg gemotiveerd bent en je hiervoor op lange termijn wilt inzetten is dit zeker geschikt.

Je begrijpt goed hoe de verschillende noten zich tegenover elkaar verhouden, wat je kan helpen bij het spelen of schrijven van muziek. Het spreekt voor zich dat deze methode het meest geschikt is voor het spelen van klassieke muziek.

Tabs zijn gemakkelijk om mee te starten, omdat je je niet eerst door een basistheorie heen moet worstelen. Je kan meteen aan de slag.

Het nadeel is wel dat je niet weet welke noten of akkoorden je speelt. De cijfers op de tablatuur hebben niet zo veel betekenis op zich. Dithoe leer je gitaarspelen maakt het moeilijk om sommige stukken te spelen omdat je een theoretisch kader ontbreekt.

Kennis van muziektheorie helpt je om de logica achter muziekstukken en akkoordgrepen in te zien, waardoor je gemakkelijker nieuwe stukken aanleert. Een ander nadeel van tabs is dat het moeilijk is om met andere muzikanten te communiceren.

Misschien vragen je mede-gitaristen in je band om aan een bepaald akkoord te starten, maar dan weet jij niet waarover ze spreken.

Elke methode heeft dus zijn voor- en nadelen. Afhankelijk van je muziekstijl past de ene beter dan de andere. Van metal zal je bijvoorbeeld meer tablatuur terugvinden, en van pop- en rocksongs zal je vooral akkoordenschema’s vinden.

Je moet dus goed nadenken over wat je precies wilt bereiken, hoeveel tijd je eraan wilt besteden, welke muziekstukken je wilt spelen, enzovoort.

Les volgen of niet?

Dan komt de grote vraag: ga je in je eentje aan de slag of neem je een leraar? Als je ondertussen je doel al een beetje vastgesteld hebt, kan je deze vraag beter inschatten. Als je voor een leraar kiest, blijven er nog een heleboel vragen over.

Welke leraar past bij jou? Wil je wekelijkse les of les op onregelmatige basis? Hetzelfde geldt voor online lessen, zoals via apps of tutorials. Welke tools gebruik je? Waar vind je goeie apps of video’s? Wil je ervoor betalen of zijn de gratis tools voldoende?

Hieronder geven we alvast een overzicht van de verschillende lesmogelijkheden die er zijn en welke voor- en nadelen hieraan verbonden zijn.

gitarist in bandOffline: fysieke leraar

Les volgen via een gitaarleraar heeft heel wat voordelen. Samen met jou gaat hij stap voor stap door de basis. Hij volgt jouw tempo en zorgt ervoor dat je voldoende uitgedaagd wordt. Hij leert je niet enkel de noten of akkoorden, maar ook de technische kant van het vak: een goede houding, juiste vingerzettingen, enzovoort.

Met een leraar ben je er zeker van dat je de juiste basiskennis onder de knie krijgt. Dit geeft je een goeie start om het op termijn vlot tot een hoger niveau te schoppen. Een gitaarleraar zal je ook meteen corrigeren zodat je geen foute dingen aanleert. Je kan les volgen via een muziekacademie (of pop- en rockschool) of via een privéleraar.

  • Muziekscholen of pop- en rockscholen: als je je inschrijft bij een muziekschool, heb je wekelijks les en moet je dus veel tijd incalculeren om met je gitaar bezig te zijn. Dit is uiteraard ook een voordeel omdat je verplicht bent om op regelmatige basis met je gitaar bezig te zijn.

GitaarleraarMeestal krijg je deze lessen op een vast lesmoment in de week. Er is dus weinig flexibiliteit. Als je een keertje niet beschikbaar bent, ben je dat lesmoment gewoon kwijt. Klassieke muziekscholen zijn niet zo duur voor het aantal lessen dat je krijgt.

Pop- en rockscholen kunnen iets duurder uitvallen. Leuk of niet: aan de meeste muziekscholen krijg je examenmomenten en/of toonmomenten. Dit kan heel nuttig zijn omdat je zo de kans krijgt voor publiek te spelen, wat een zeer nuttige ervaring is. Zo heb je meteen je eerste optredens voor de boeg en leer je jezelf kennen op het podium.

In de klassieke muziekschool vertrekken de lessen doorgaans vanuit notenleer. Pop- en Rockacademies bieden meer flexibiliteit op dat vlak. Je kan gebruik maken van akkoorden of van gitaartabs.

  • Privéles: als je liever minder vaak les hebt, kan het handig zijn om voor privélessen te kiezen. Deze uurtarieven lopen echter al snel hoger op. Je hebt echter wel het voordeel dat je je lesmomenten in samenspraak met je leraar kan kiezen en dat je niet aan een vast schema vasthangt.

Je kan dus heel intensief les volgen of net heel sporadisch. Deze flexibiliteit is een groot pluspunt, maar als je zelf last-minute afzegt, kan het dame-met-gitaarwel zijn dat je je les alsnog moet betalen. De leraar heeft ten slotte tijd voor je vrijgemaakt. Met een privéleraar kies je je gewenste methode zelf.

Een leraar is ten slotte veel meer dan iemand die je wat technieken en trucjes aanleert. Hij is een mentor die je op regelmatige basis opvolgt én kan motiveren wanneer het moeilijker is. Hij helpt je om uitdagingen aan te gaan die je op eigen houtje misschien niet had aangedurfd.

Offline: boeken

Er bestaan verschillende boeken om gitaar te leren spelen, denk bijvoorbeeld aan het bekende Gitaar voor Dummies. Er is een groot aanbod en er zijn verschillende methodes beschikbaar, hoewel de meeste boeken zich baseren op het leren van akkoorden.

gitaar-spelen-voor-dummiesVaak zijn de boeken vergezeld van luistercd’s om mee te oefenen. Dit is een erg goedkope manier om gitaar te leren spelen aangezien je het boek maar één keer hoeft aan te kopen. Het nadeel is wel dat je het helemaal alleen moet doen op basis van platte tekst. Niemand toont je hoe je je vingers moet zetten of hoe iets moet klinken.

De bijgevoegd foto’s en luisteroefeningen volstaan meestal niet om vlot je weg te vinden als beginnende muzikant. Er is niemand die je kan helpen als je vastloopt of iets niet begrijpt. Voor het leren van enkele basisakkoorden of leren lezen van tabs kan je wel al een eind op wegraken met zulke boeken.

Online: video-tutorials

YouTube en andere kanalen staan vol video’s met enthousiaste gitaarcoaches die je de fijne kneepjes van het vak uitleggen. Je krijgt eerst uitleg en ziet en hoort vervolgens meteen hoe het moet klinken. Dit werkt doorgaans vlotter dan bij een boek omdat je het iemand ‘ziet doen’.

Veel video’s zijn gratis beschikbaar, al zijn er evenzeer betalende kanalen met gevorderde tutorials. Zo’n YouTuber of vlogger kan er vanop afstand in slagen je te motiveren. Het nadeel is dat er veel keuze is en dat maakt het moeilijk om het kaf van het koren te scheiden.

Elke videotutorial of -kanaal kan een heel andere aanpak hebben, waardoor het moeilijk is om een logisch opgebouwd traject te volgen. Een voordeel is dat sommige video’s ook focussen op de houding en vingerzettingen. Dat is zeker mooi meegenomen, al is er nog steeds niemand beschikbaar die het je zal zeggen mocht je het toch fout doen.

Deze methode kan zeker zeer nuttig zijn om gitaar te leren spelen. Als je de juiste video’s vindt, kan je zeker tot een hoog niveau geraken. Ook zijn er veel verschillende methodes en stijlen beschikbaar zodat je iets kan zoeken dat helemaal bij jou past.

Één van de populairste online cursussen van dit moment is de “Leer gitaar spelen in 22 lessen” van Koen Snoek. Klik hier voor meer informatie over deze (voordelige) cursus. Voordeel van deze cursus is dat er al meer dan 4000 cursisten de lessen hebben gevolgd en dat er  een levendige besloten community is waar je geholpen wordt met vragen en tegelijkertijd gelijkgestemden kan leren kennen.

referentie-jaap-kwakman-van-de-3js

Online: apps of computerprogramma’s

De laatste jaren bestaan er steeds meer en meer apps en programma’s die je stap voor stap aanleren hoe je gitaar moet spelen. Voor het leren van basisakkoorden en gitaartabs werken deze tools zeer goed.

Het fijne aan deze apps/programma’s is dat ze verslavend kunnen werken doordat ze met een puntensysteem werken. Voor je het weet ben je al uren aan het oefenen. De meeste apps bieden echter weinig informatie over houding en vingerzettingen. Deze apps zullen je niet snel tot een gevorderd niveau brengen.

Conclusie

Er bestaan dus heel wat verschillende manieren om gitaar te leren. Afhankelijk van je doelstellingen kunnen er andere lesmethodes bij je passen.

Door het nemen van een gitaarleraar, ben je er zeker van dat je alles op de juiste manier leert en heb je iemand die je kan motiveren. Dit is echter de meest tijdsintensieve en dure oplossing.

Online methodes kunnen ook zeer effectief zijn. Hierbij hangt de discipline volledig van jezelf af. Via online zelfstudie kan je dus zeker tot een degelijk niveau geraken. Maar om het echt tot gevorderde gitarist te schoppen helpt het om hulp in te roepen van een professionele leraar. Ten slotte hoeft de ene methode de andere ook niet uit te sluiten. Combineer gerust verschillende methodes om de gitarist te worden waar je van droomt.